| 44N - Vervolg dagverhaal |
blz 221 |
wisselen tegen centen die de collecten immers al te
rijkelijk inbrachten. Dan soms ineens, bij een gezegde, een opkomende
gedachte of herinnering, werden de kaarten neergegooid, de gemoedelijke
Brabantse keuken verdween voor een verschiet op de verzengende
Noord-Afrikaanse woestijn ..... "Wij werden de woestijnratten
genoemd ....." De uitputtende droogte, de eindeloze tochten nu heen
dan terug, gedreven door Rommel of Rommel najagende. Van doek en latten
samengeflanste tanks en batterijen, de geniale uitvinding van een
toneeldecorateur, waarmee zij de Duitsers omtrent hun sterkte
misleidden. De afschuwelijke steeds zilter wordende thee die zij te
drinken kregen. Want een geleerde had de ontdekking gedaan dat zout de
vatbaarheid voor besmettingen verminderde, zoals hen uitgelegd was.
Volgens het verslag over de Kon-Tiki expeditie echter is zout een
uitmuntend middel tegen dorst. Immers het lichaam scheidt door de warmte
vocht uit en verliest daar tevens zijn zouten bij, wat het gevoel van
dorst geeft naar de mening van deze geleerde. Wij weten niet of dit feit
in de tijd van de Afrikaanse veldtochten ook reeds bekend was.
Het hinderlijke tekort aan water. Voor al die duizenden mensen moest het
benodigde water van verre met tankwagens aangevoerd worden, Het
dagelijkse rantsoen bedroeg per hoofd niet meer dan hoogstens een liter.
- 48 -
Een kostbaar litertje dat voor alle reinigingsdoeleinden moest dienen,
wassen, scheren, tanden poetsen en kleding wassen. 't Was streng
verboden ander water als van de eigen reinigingsinrichting te gebruiken
en, gaven zij toe, "onze medische dienst had eigenlijk groot
gelijk, al mopperden wij er wel tegen, want toen wij in Egypte kwamen,
wat een ongelofelijke smeerboel was 't daar! En al die besmettelijke
ziekten! Van ons is er toch maar geen één ziek geworden."
De twee vrienden waren overal geweest en hadden alles meegemaakt, zelfs
in het begin van de oorlog de vreselijke terugtocht van Duinkerken.
Daarna, na een grondige opleiding, Afrika, Sicilië, de veldtocht door
heel Italië, met het belg van Monte Cassino. "De Duitsers hadden
het tot een fort gemaakt dat dag en nacht vuur spuwde, honderden zijn er
gesneuveld."
De landing in Normandië, de zware gevechten die wekenlang alle opmars
belemmerden. Eindelijk het al strijdende optrekken door Frankrijk en de
wonderlijke zegetocht door België. Nergens tegenstand, zelfs niet in
Brussel dat zij toch vanuit de verte meenden te hebben zien branden. De
Duitsers hadden er inderdaad brand gesticht doch enkel in het Palais de
Justice en de vlammen en rook van dat hooggelegen punt gaven de indruk
alsof de gehele stad in lichte laaie stond. Een uitbundige bevolking
juichte hen tot en omhelsde hen. Dat aardige meisjes hen om de hals
vlogen, daar hadden zij natuurlijk niets op tegen, maar al die mannen
die je omarmden, neen, daar konden zij niet aan wennen. De overdadige
ontvangst die eerste dag! Overal werden zij binnen genood en kregen het
heerlijkste eten en de fijnste wijnen en likeuren, zoveel zij maar
lustten. De tweede dag weer feest, ofschoon de hoeveelheid lekkernijen
thans afgepast waren. De derde dag moesten zij voor alles betalen en
daarna ..... neen België was een duur land. Maar pretmaken, dat konden
de Belgen.
Jack voegde er hier tussen: "Vertel eens over de goede
schoolmeester en zijn gezin."
- 49 -
Welk onbeduidend dorpje, onbekend ook voor wie in België gewoond heeft,
werd er nu genoemd? Kiekjes kwamen voor den dag, waarop een brave
meester, zijn vriendelijke vrouw en een paar aardige dochters. Zij waren
allen zo hartelijk voor hen geweest, zij zouden hen nooit vergeten;
zomin als die beste mensen in Son bij Eindhoven of die Postbode met zijn
vrouw in Italië.
"Wij waren overal de eerste troepen en daarbij een keurcorps"
werd er meet trots aan toegevoegd, "en wij zijn overal het beste
ontvangen, hier in Ravenstein nu ook weer. Wat later komt heeft het
nooit zo mooi als wij, want ons verwelkomen ze als hunne
bevrijders."
De Tolk kon ternauwernood het tempo van de verhalen bijhouden en in de
korte tussenpozen de vertalingen plaatsen, waar de kring om de lange
tafel gespannen naar luisterde. Vragen werden gesteld - van hoevele
dingen hadden wij in de afgeslotenheid onder de bezetting nooit iets
vernomen, zelfs niet door de verboden zenders, - waarop weer uitvoerige
antwoorden in 't Engels volgden. Voor allen gingen de avonden maar al te
vlug voorbij. En om half elf stuurde
|