| 44P - Vervolg dagverhaal |
blz 238 |
Toen de dagen zich aaneenvoegden tot weken en de weken dreigden te
groeien tot maanden begrepen wij dat 't niet langer verantwoord was om
de aan onze zorgen toevertrouwde kleine jongen over te laten aan de
algemene verwildering van de Ravensteinse jeugd. De eerste tijd was voor
hem op aangename wijze vervlogen met kijken naar de verrichtingen van de
soldaten en spelen in de tuin bij zijn vriendje Henkie, 't buurjongetje
uit Groesbeek, waarmee hij het, niettegenstaande Henkie bijna anderhalf
jaar ouder was, altijd zo best had kunnen vinden. Die verwilderde tuin
op de oude stadswallen was een uitgezocht oord om te spelen. Hoogten en
laagten, bomen om in te klimmen en een gracht om bij te ploeteren en
lest best: de overblijfselen van kazematten uit de Staatse tijd, die
beurtelings de rol van huis, loopgraaf of rovershol konden vervullen. De
beide vrienden braken er zich 't hoofd niet mee dat de stevigheid van
het oude
- 82a -
metselwerk danig van de tand des tijds had geleden en evenmin dat hun
schaarse, onvervangbare kleren niet bepaald beter werden door 't rijden
op muren en 't knoeien in modder.
Jan van den Dominee had aan Paultje het enige speelgoed dat hij nog
bezat afgestaan; vier Schotse soldaatjes, twee doedelzakspelers een twee
tamboers met diepe trommels. Zij waren met hun smetteloze uniformen
eigenlijk te mooi en te teer om mee te spelen en bovendien, wat kon je
met die vier man doen? Toch werden het levende persoonlijkheden voor
Paultje, daar Grootje er hele verhalen om heen wist te spinnen. Jock en
Jack, Tim en Tom, vier kleine kameraadjes die een rol gingen vervullen
in zijn leventje. Tripten zij niet 's avonds, zodra hij sliep, heel
zachtjes de trap op en hielden zij niet de gehele nacht om beurten de
wacht bij zijn bedje? 's Morgens als het licht begon te worden, bliezen
de pijpers de reveille, de tamboers sloegen een roffel, maar voordat
Paultje geheel wakker was geworden slopen zij de kamer weer uit en als
hij later beneden kwam, stonden zij zo onbeweeglijk stram op hun plaats
dat niemand zou vermoeden dat zij die ooit verlaten hadden.
Mevrouw B. leende Paultje iets om echt mee te spelen, een doos ouderwets
stevige Dominostenen, die een onuitputtelijke bron van genoegen vormde.
Wanneer het weer te slecht was om buiten te zijn, bouwde hij onvermoeid
aan bruggen en huizen, maar 't allerprettigste was nog als wij een
partijtje domino met hem gingen doen. De spelregels kreeg hij gauw
genoeg te pakken, doch om te winnen viel moeilijker toen wij hem, op
eigen verzoek, niet meer voorthielpen: "want dat was zo
kinderachtig."
Net twee dagen was de kleine jongen op school geweest toen de invasie
zijn leertijd afbrak 1). In Ravenstein ontving geen enkel kind onderwijs,
alle scholen en verdere beschikbare ruimten waren door militairen en
vluchtelingen ingenomen. Wij vatten het voornemen op om Paultje op de
weg der kennis te geleiden. Er waren wel enige moeilijkheden aan
verbonden, schrijfgerei
- 82b -
was immers nauwelijks te krijgen en leermiddelen ontbraken geheel,
evenals aan ons de kennis van onderwijzen. Toch lukte 't om van het
rekenen en het lezen van letters en woordjes een leuk spelletje te
maken. Een onderwijzeres was zo vriendelijk om ons aan een paar
leesboekjes te helpen. De dankbaarheid voor die hulp kon ons toch niet
weerhouden om te zuchten over de inhoud, wat waren ze saai en braaf en
ouderwets! Maar Paultje, trots op de verworven kundigheid, liet zich
daardoor niet afschrikken en las ijverig. Wel sloeg hij uit zich zelve
de stukjes over die ons Protestanten minder lagen, met een wijs:
"Dat is voor Roomse kindertjes, is 't niet? en niet voor mij."
De edele kunst van schrijven kostte hem en ons meer moeite; hoe hebben
wij daarover gezwoegd en getobd! Mogelijk is 's mans slordige
handschrift wel aan die slechte grondslag te wijten. Ondertussen hebben
wij leken toch bereikt dat hij eenmaal op een echte school gekomen, niet
alleen goed volgen kon, doch zelfs zijn medeleerlingen een eind vooruit
was.
Wij stelden nu en vaste dagindeling voor Paultje in. De uren na 't
ontbijt waren aan de studie gewijd, daarna mocht hij in afwachting van
het middagmaal wat buiten spelen. Dan ging hij meestal
Ik meen me uit de verhalen
te herinneren dat de Duitsers de Christelijke Lagere School met den
Bijbel in Groesbeek na drie dagen vorderden, dat was nog begin september
1944. P.S.
|