| 44Q - Vervolg dagverhaal |
blz 249 |
anders betitelen als met de minder behoorlijke benaming
"rotkacheltje".
Voortaan zal Vader iederen dag de gehele ochtend in touw zijn om het
kacheltje aan te maken en tot branden te bewegen. Zelf werd hij
tenminste warm van inspanning en ergernis, hoewel de kamer ijskoud
bleef. De vensters moesten immers steeds open blijven om de verstikkende
rook een uitweg te verschaffen. Dikke wolken kronkelden naar buiten, een
paar malen al hebben verontruste buren gevraagd of er soms brand was. 's
Middags rookte het kacheltje niet meer, dan smeulde het voor de
afwisseling, zonder warmte te geven. Pas 's avonds schoot de vlam er
eindelijk door en werd het wat behagelijker in de kamer, zo tegen de
tijd dat men naar bed moest gaan, 't licht mocht immers niet al te lang
branden.
Vrijdag 17 November.
Er is een evacuatiebureau opgericht om de belangen van de
vluchtelingen te behartigen. Hier kunnen wij onze noden bespreken en
raad vragen in alle moeilijkheden. Dadelijk ga ik mijn behoefte aan een
warme jas en klompen kenbaar maken. De meneer die naar mijn verzoek
luistert, neemt mij eens schattend op en veronderstelt dat ik toch beter
met schoenen gediend zou zijn, klompen is niets voor een dame. Ik houd
echter voet bij stuk, bij ondervinding wetende hoe zelfs in normale
tijden schoenen van een kleine maat nauwelijks te krijgen zijn. Voor
klompen is deze maat ook niet gunstig, de kinderklompjes blijken te
klein en de vrouwenklompen te groot voor mijn voeten.
Op een avond rijdt een auto vol vluchtelingen onze Plaats op, 't is de
gemeentesecretaris van Elst met zijn vrouw en een kindje van vier
maanden. Zij vragen bij de van Tilborgs onderdak voor een paar nachten,
daarna zal de collega van een dorp verderop hen herbergen. Beddegoed en
alles hebben zij bij zich; indien er slechts een kamer beschikbaar is
zullen zij zich wel redden. Dat doen zij dan ook inderdaad, al lenen
Moeder en de meisjes graag een helpende hand. zij zijn in verrukking
over de baby, een werkelijk snoezig kindje, dat als het niet rustig
slaapt, met grote verwonderde ogen
- 103 -
rondom zich kijkt naar al die onbekende gezichten.
Zodra de kleine verzorgd en ingeslapen is, komen de ouders bij ons in de
warme keuken zitten en hun wederwaardigheden vertellen. Zij woonden in
het Noorden van Elst en dar werd al aanstonds na het neerdalen van de
paratroops geducht gevochten 1). 't Was er niet meer te harden geweest;
zij hadden hun toevlucht gezocht op een boerderij ten Zuiden van de
spoorlijn naar Kesteren, waar reeds tachtig mensen ingekwartierd waren.
Met hun eigen kindje mee waren er zeven wiegekinderen. 35 Luiers om elke
dag te wassen en te drogen.
De boerin, een gestrenge autoritaire vrouw, bleek volkomen opgewassen
tegen de moeilijkheden die zich voordeden bij dit grote huishouden van
zo verschillende mensen. Als geboren organisatrice had zij alles
dadelijk ingedeeld en voorgeschreven. Ieder kreeg zijn aandeel in de
dagelijkse werkzaamheden; zo werd elke avond een mud aardappelen
gezamenlijk geschild. De eerste Vrijdag had de boerin bij het ontbijt
gezegd: "Wij zijn nu met zovelen, nu moeten wij dubbel zorgen allen
goed schoon te blijven want anders is het leed niet te overzien."
Dit diende tot inleiding tot de mededeling dat de Vrijdag en de Zaterdag
ingesteld werden als algemene bad-dagen waaraan niemand zich mocht
onttrekken. In een schoongeboend varkenshok was de damesafdeling
ingericht, de washoek werd tot herenbad verheven. Een grote teil stond
klaar en ieder kreeg op zijn beurt een emmer kokend en een emmer koud
water mee.
Onwillekeurig trekken wij een vergelijking met het land van Ravenstein
waar 't niemand invalt dat een vluchteling behoefte aan een bad zou
kunnen hebben. Wel wordt er geklaagd dat die vluchtelingen zo smerig
zijn.
Dat
moet dan na de landing van de Polen bij Driel op donderdag 21 september
zijn geweest. P.S.
|