Het Dagboek van Mej. P Dozy (1946 - 1972) over de periode 5 Jan. 1948 - 27 Dec 1949
[vel 27] Zachte winter, op 5 Januari zingt de merel voor 't eerst. Van 9 tot 13 Februari in den Haag, bontjas gehaald. 19 Februari wordt het koud, ijzige storm. 23 ,, wat sneeuw 25. Tsjecho-Slowakije om. Eind van de maand zacht weer. In den tuin kan deze winter bijna voortdurend gewerkt, Theo vindt nog eenige mortiergranaten en bij 't schoonmaken van het vijvertje lege handgranaat. 5 Maart eerste zaaisel in moestuin. Midden maart worden de D. graven achter 't Kruis in 't bosch geruimd en n. Duitschland overgebracht. Op 16 maart politie op jongensschool gekomen: eenige Stekkenbergsche jongens hadden zelf opgegraven en hoofd als voetbal gebruikt. 19 Maart naar Amsterdam. Iedereen vervuld van bolsjewistische dreiging. Guur, zonnig weer. Veel meer in de winkels te krijgen, veel ondergoed, kousen, enz., maar weinig punten. {4 regels spatie] Tweede zaaisel in den moestuin, ook uitjes{?} gelegd. 28. Pater de Greeve spreekt over het gevaar dat de paus dreigt. 29 maart. Met Paschen ieder vier eieren toegewezen. Vanmorgen in de
kerk komende, vliegen [achterzijde vel 27] November. In 't midden der maand Deventer kleed in zitkamer en
ganglooper gelegd. Kleed overgenomen van mevr. Spillenaar Bilgen uit
Ubbergen, die uit haar huis trekt, Anna Boreel deed het ons aan de hand,
Van de randen v.h. kleed werd de looper gemaakt. {einde 1948}
|