Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode Geschat 4 - 15 juni 1941
{De volgende twee vellen zijn qua datum moeilijk te plaatsen, de
belevenissen moeten na 4 juni 1941 (overlijden Keizer Wilhelm II) hebben
plaats gevonden,} Van Maarn geloopen n. Doorn, waar ik elf uur aankwam. Daar ik de weg
wist, liet de wacht mij dadelijk door. Hartelijke ontvangst van Frau H.
Gaf mij heerlijke thee, brood met veel boter en rookvleesch en ei en
wijn, een buitengewone traktatie in dezen bonnentijd. Frau Hirsch leidde
mij door het geheele keizerlijke kasteel rond: vanaf het onderhuis tot
op de zolders, waar een heele rij prachtig rijk gebeeldhouwde Danziger
kasten stonden, zóó hoog dat ze voor de toch hooge zolders te groot
waren en daarom had men de bolpooten er niet onder gezet en stonden ze
plat op den grond. Vier Danziger kasten, en een eigenaardige
orgelgebogen kast, verder gewone kasten. In de slaapkamer van den Keizer hing ook op de eereplaats boven het
bed, tusschen de draperie van de gordijnen, een portret van Keizerin A.V.
Massieve mahonie meubelen met verguld beslag: commode en waschtafel met
druk in rood gedecoreerd waschstel, natuurlijk met monogram en kroon.
Overigens geen groote kamer, terwijl daarentegen de kamer van de
overleden Keizerin zeer ruim en licht was. Daar hing boven het bed een
groot Ital. schilderij voorstellende een woelige zee met vuurtoren,
boven de schrijftafel de portretten van alle kinderen, toen ze nog jong
waren. In een vitrine de ketting van de orde v.d. Adelaar. Op het bed
bloemen, een zilveren lauertak en een lauwerkrans van goud met op ieder
blad de naam van een kind of kleinkind in het eigen handschrift. Zooals
bij den keizer ook bloemen op het bed lagen. De antechambre van den
Keizer vol platen van oude uniformen, een helm van de gardegrenadiers,
platen van veldslagen, herinneringen aan Frederik de Groote. In de
kleine salon stonden in één der vitrines eenige van de tinnen
soldaatjes, waarmee Fr.de Gr. zijn veldslagen berekende. En op de
schoorsteenmantel een paar stukken van een servies, geschenk van een
Japansch keizer. Het schip, dat dit geschenk overbracht, was vergaan,
doch men had later het een en ander kunnen opvisschen. In deze salon zat
de K. meestal 's avonds en las dan voor. Hierachter de salon van pr.
Hermine: reeds tamelijk uitgekleed. Een paar groote blauwe Wedgewood
vazen, die slecht kleurden bij het roze satijnen behang, eenigzins
versleten bekleeding van de stoelen. De groote galerij boven de hal was
zitkamer van de Keizerin geweest: licht en met veel schilderijen, o.a.
koningin Louise, groote schrijftafel met Wedgewood ingelegd, inktkoker,
zilver, met opschrift: To my dear Willy. Ik veronderstel van kon.
Victoria, doch dat was uitgewischt. Mij werd ook getoond het kleine kapelletje in 't park, waar de Keizer voorlopig is bijgezet, totdat de bouw van het mausoleum gereed zal zijn. Buiten de familie en enkele zeer hoog geplaatste officieren krijgt hier anders niemand toegang. Op de kist - zeer eigenaardig aan den buitenkant bekleed met rood fluweel, zes vergulde handvatten met adelaars - lag een groote sparrentak van het Potsdammer garderegiment: "Seinen verehrte Chef und obersten Kriegshern", stond op het lint. Half
|