|
5 Juli Zondag, Nijmegen, Waalsche kerk. Na afloop bij mevr. Pijnacker
werd brief van
mevr. Snoeck voorgelezen, die sedert 13 Juni in gevangenis in Utrecht
zit. "Hier geen zeelucht, maar echt Utrechtsche grachtenlucht, maar
zon als we gelucht worden en vogels die we kunnen voeren. De merels
zingen in de boomen." Vraag om zoomerkleeren: "die me nu wel
veel te wijd zullen zijn."
Mej. v.d.H. vertelt dat haar broer, de burgemeester v. Katwijk, een tien
dagen geleden gevangen genomen werd. Ze meende eerst dat hij zich voegen
wilde omdat bij botsingen van zijn zoo Oranjegezinde bevolking met Nsb.
wist te voorkomen. Toen hij eenige goede banen afsloeg, ging men hem
zoeken. Schoten in dorp, dus niet alle geweren ingeleeverd; steenkolen
waarvan genomen was: ze hadden ze met die strenge koude in een
visschersbuurt op een hoop gestort. Beide keeren den burgemeester
bedreigd dat hij tegen de muur zou gaan. In 't eerste geval bleken de D.
het zelf gedaan te hebben, in 't tweede geval is de burgemeester naar de
omwonenden gegaan en heeft gezegd wat voor hem de gevolgen zouden zijn
als er weer kolen verdwenen.
"We hebben het zoo koud, burgemeester, maar nu zullen wij er niet
meer aan raken."
Vervolgens waren op het oorlogskerkhof in de duinen twee kransen v. D.
graven verdwenen. Weer werd de burgemeester met den kogel bedreigd
indien ze niet binnen 't uur vervangen waren. Hij belde dus dadelijk de
Leidsche bloemist die de zorg ervoor had, op. "O, die kransen moest
ik v.d. D. wegnemen, maar ik zal zorgen dat er direct nieuwe
komen." Mr.v.d.Hoop heeft niets mee naar de gevangenis kunnen
nemen, hij werd op de Kommandantur geroepen van zijn gemeentehuis en zoo
weggebracht, had dus zelfs geen zeep bij zich.
Een tien dagen geleden zijn de pastoor en de kapelaan van 's Heerenberg
die sedert een jaar in Duitschland gevangen zaten, overleden(?). Hun
misdaad was het verspreiden van de preken v.d. bisschop v. Munster. De
tweede kapelaan zit nog steeds in Amersfoort.
{2 losse velletjes} {vel 15}
Juli
8. 's Morgens om half elf met mej. v.d.Br., Henriette, Nanny en Bram
n. Nijmegen, trouwen Ds Le Gras met Rosemary Pierson in Waalsche kerk,
door Ds le Gras père. Nanny eerst de
kelders van de St.Jorisridders laten zien. Daarna receptie in
Oranje-hotel, overvol. Bouillon, koffie, sandwiches - met bon - en
gevulde eieren. Koffie en boterhammen gegeten bij mevr. P. in groote
salon met de torens.
Boodschappen met de auto n. station gebracht, om half vijf naar
Steenwijk, om 39 aangekomen. Goed gelogeerd in hotel v.d.Woude in
keurige kamer. 's Avonds stadje gezien.
9 's Morgens nog een p. dingen gekocht, o.a. klos zwart garen. 's
Morgens om ½ 10 naar
Giethoorn, daar 10 uur aangekomen.
Telegram Kie bij Mol. Gewandeld naar timmerman Broer, vriendelijk
ontvangen. "Man, hij wreef en poetste altijd aan die bootjes."
Die er nu miserabel uitzagen. Canovaren verboden, naar gemeentehuis om
burgemeester te spreken, hij ziek, sprak secretaris, deze zeide:
Wehrmachtsverordening, niets aan te doen. Postdirecteur: niet alles
vragen, mej. Mulder zeide hetzelfde. Weer terug om te eten, 's middags
weer n. Zuid, bij Vrouw Broer thee gedronken, cano in orde gemaakt en
gevaren n. Noord. 't Ging fijn, niets vergeten. 's Avonds brieven
geschreven.
10 Juli 's Morgens cano gepoetst. Rein kwam met middageten. 's
Middags zijn cano van Broer
gehaald en in de N.O.hoek van Wiede gevaren.
11 Juli 's Morgens in Giethoorn-Noord, Rein geteekend, ik
voorgelezen, de wind wordt stormachtig.
We wilden 's middags een tocht maken, maar geen sprake van, regen en
zoodanige storm dat er een boom op 't huis woei en een raam uitwaaide,
van de scharnieren gescheurd. 's Avonds in regen en storm even de weg
op. Verder gepraat en voorgelezen.
|