|
De spoorweg in Groesbeek.
Het moet zo omstreeks 1860 een belangrijke
mededeling voor Groesbeek geweest zijn, toen bekend werd dat er een
spoorlijn met een station gebouwd zou worden. Tot dusver was
Groesbeek een geïsoleerde plaats geweest; daar zou dus nu een einde
aan komen. Groesbeek zou, zo werd algemeen aangenomen, als het
eenmaal een ' ijzeren weg' bezat, ook een welvarender dorp worden.
De verwachtingen waren hoog gespannen. In ieder geval leverde het
een paar jaar werkgelegenheid op voor een aantal Groesbeeekse
mannen. De lijn werd aangelegd door de Nijmeegse Spoorweg
Maatschappij en de Rheinische Eisenbahn Gesellschaft nam de
exploitatie van de lijn voor haar rekening. Ruim vijf jaar later op
9 augustus 1865, was alles gereed; het stationsgebouw kon de deuren
openen. De eerste trein arriveerde om 6.14 uit Nijmegen, stopte hier
zes minuten en vertrok vervolgens naar Kranenburg. Daarna vertrokken
er nog drie treinen richting Kleef. Uit deze plaats kwam de eerste
trein om 7.42 uur in Groesbeek aan en de laatste, vertrokken uit
Frankfurt, stopte in Groesbeek om 21.12 uur. Acht trienen zijn er
die dag door Groesbeek gekomen en wij kunnen ons de verbazing op de
gezichten van de ongetwijfeld in groten getale toegestroomde
inwoners bijzonder goed voorstellen. Voor de Groesbekers ging een
nieuwe wereld open. Een wereld van bulderende en onder stoom staande
locomotieven die, gestookt met steenkool, later nog voor veel
bosbranden zouden zorgen. 'Vreemde mensen' kwamen in het dorp:
deftige spoorwegambtenaren in uniform, douaniers en marechaussees.
Vooral voor de plaatselijke neringdoenden was dit een leuke aanwinst, want die lieden hadden een 'vast' inkomen en dat kon in
die tijd niet iedereen zeggen. Feitelijk bracht de komst van het
spoor in zijn kielzog de eerste import Groesbekers mee.
Verschillende mensen die met het spoor te maken hadden, zijn hier
blijven werken en wonen en dit heeft het dorp geen kwaad gedaan,
integendeel. Omstreeks 1882 werd het stationsgebouw opnieuw
uitgebreid wegens het overbrengen van de visitatie van Nijmegen naar
Groesbeek. Het reizen per trein nam toe, zodat in 1901 de derdeklas
wachtkamer vergroot moest worden. Omstreeks die tijd reisden vanuit
Groesbeek tweehonderd a driehonderd mensen met de trein naar
Nijmegen als het daar marktdag was. Niet alleen om te kopen, maar
ook om handel te drijven. Met kruiwagens brachten zij hun waren naar
het station; de vervoermiddelen werden daar in de huidige
Stationsstraat gestald. De hele weg stond van voor tot achter vol
met kruiwagens, vaak wel meer dan honderd! Meestal werden er eieren
naar de markt vervoerd, maar ook tuin of landbouwproducten,
pluimvee, bosbessen en dergelijke. De groothandel in vee, hout en
import en exportgoederen maakte eveneens een periode van groei door.
In 1901 werd speciaal hiervoor een goederenloods aan het station
gebouwd. Op de losplaats van het station was het vaak een drukte van
belang. Er arriveerden kolentreinen en wagons met allerhande
goederen bestemd voor de plaatselijke handel. De wagons werden
geladen met 'echte' Groesbeekse producten als hout, bezems, en later
ook de schoenen van schoenfabriek 'De Ooievaar'. In het
bosbessenseizoen verzamelden zich ook opkopers van bosbessen op het
emplacement. Vrijwel de gehele bosbessenpluk van Groesbeek werd hier
samengebracht en per trein naar elders vervoerd. De losplaats was
ook het trefpunt van de voerlieden, die met kar en paard de goederen
aan of afvoerden. De dertiger jaren staan bekend als beruchte
crisisjaren en deze kwamen bij de Hollandsche Spoorweg Maatschappij
blijkbaar hard aan, want in 1934 werd het station Groesbeek voor
reizigersvervoer gesloten. De autobusdienst kreeg zijn kans. In
1936 werd het emplacement vereenvoudigd. In 1938 werd deze
lijn en vele anderen particuliere spoorlijnen overgenomen door de
Nederlandsche Spoorwegen. Deze zagen ook geen winst in Groesbeek,
zodat in hetzelfde jaar het station, het seinhuis, de bijgebouwen en
perrons werden afgebroken. In plaats daarvan werd er een nieuw
dienstgebouw neergezet: Blokpost T. De spoorwegbeambten waren
intussen al uit Groesbeek verdwenen; het werd stil op het eens zo
bedrijvige emplacement. Ook voor de plaatselijke werkgelegenheid was
dit een gevoelige klap. Voor de bewaking van de spoorwegovergang
bleven een aantal treindienstleiders in het 'spoorhuuske' aan het
werk, totdat het gebouwtje in september 1978 gesloopt werd. De
oude beveiliging op het baanvak moest plaats maken voor een moderne
beveiliging met /ahobs' en 'aki's'. Ondanks deze en andere
bezuinigingen bleef het baanvak Nijmegen - Kranenburg - Kleef
onrendabel, zodat de NS besloot de spoorlijn te sluiten. De laatste
trein passeerde Groesbeek onder grote publieke belangstelling op 1
juni 1991.
|