Kort Oorlogsdagboek

van een Horstenaar 

uit Groesbeek

   
   
 
 
Op de nu volgende pagina's ziet u enkele dagboekfragmenten van Horstenaar Albert Verbeet. In deze dagboekfragmenten beschrijft hij aan zijn familie enkele fragmenten over de bevrijding van Groesbeek en wat er daarna allemaal gebeurde. Dit alles speelde zich af nadat operatie Market Garden op 17 September 1944 in Groesbeek begon. Wit u meer weten over de bevrijding van Groesbeek. Klik dan op deze link

Deze webpagina is een onderdeel van mijn toeristische/historische website over Groesbeek http://www.geschiedenisgroesbeek.nl

Dit oorlogsdagboek kon tot stond komen met medewerking van dhr Leo Zilessen (bestuurslid van de Heemkundekring Groesbeek.)

Valom 27 mei 1945.

Beminde zwager Piet, zus en kinderen,

Met deze bericht ik u dat wij u kaart ontvangen uit Winssen, en daarvoor onze oprechte dank. Ik zie Piet, dat gij bij mijn huis geweest bent te Groesbeek, als ge er nog eens komt, neem mee van ons, al wat ge maar mee kunt nemen, wij zijn er u dankbaar voor. We hebben bericht gehad van onze Jan uit Uden, Cath uit Overasselt, Truus  uit Overasselt, en Beth uit Cranenburg, geëvacueerd ook te Overasselt. Gisteren 26 mei dan ook van u, zoals wij gezien heben kunnen we bij u in Winssen komen, als we een keer terug kunnen, maar we weten nog niet wanneer. Men moet eerst een vergunning hebben van onze eigen gemeente (Groesbeek) in Leeuwarden gestempeld door militair gezag, en dan hier weer in de gemeente Mummerwoude. Zo ziet men van den os naar den ezel, we zien dus eerst maar een aan. Ons hele huishoudentje is wel wat veel voor u, voor een week zou dat wel gaan, maar wie weet hoe lang. Ik had gedacht b.v. een van onze kinderen bij u, we hebben er u al eens meer over geschreven, via het rode kruis, Internationaal, maar die brieven zijn zeker nooit aangekomen. Zo juist heb ik ook Truus te Overasselt geschreven, laat Beth, Truus en Kaatje ook deze brief lezen, want kaarten kan men niet zo uitvoerig schrijven. U ziet uit deze brief, als je zo uit eigen huis en haard moet vluchten voor oorlogsgeweld, dan maakt men wat mee, als men het van te voren wist, zou men het niet kunnen overleven.

Het was 17 September in de voormiddag, alles en alles vliegtuigen, niets dan bombardementen, en één en al beschietingen. Mijn vrouw Bertha en Liesbeth, waren naar de hoogmis, parochie Horst, maar die was spoedig uit, heel de dag hadden wij bij Wim Geurts, op de hei in de grond gezeten, tegen de avond gingen we naar huis, en 's nachts ging het tamelijk goed. We werden er paar maal uitgeklopt, door voorbijtrekkende Duitsers, de revolvers werden op onze borst gezet, het huis afgezocht of er ook Engelsen waren. Maandag en dinsdag aanvallen van de Duitsers, er werd gezegd, dat er van de stad Cleve nog 4 over waren. 9 uren op de hei in de grond gezeten, 9 uren werd er luid op gebeden, door allen, maar het was zo'n gebulder van het schieten, dat we elkaar niet verstonden, het was machinegeweervuur, allemaal granaten, grote en kleine. 'S avonds weer naar huis, we gooiden alle ledikanten uit de slaapkamer we gingen plat op de vloer liggen om te slapen, waar natuurlijk niets van kwam, de ene granaat na de andere, voor 't huis, op de weg, in de tuin, alles was één  en al vuur en scherven. Ik begrijp niet, dat we er zo doorgerold zijn, o, Bertha en Piet, de kinderen schreeuwden het uit; H. Maria, help ons toch. De volgende zijn we van ons huis weggegaan, we dachten naar zus Coba te gaan op de Horst, om vandaar uit bij de Engelsen te komen, doch het haalde niets uit, de moffen joegen ons terug. Toen we op de weg Groesbeek - Cranenburg kwamen, moesten we op Cranenburg aan, we kwamen bij Jan Duyghuisen. Na de middag ging ik weer naar huis, om er nog één en ander te beveiligen, te halen te melken, te voeren enz.

 

Bladzijde 1

Naar bladzijde 2