Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 29 Mei 9 Juli 1943 Vervolg

Terug naar bladzijde 103

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 105

43B CAHIER-2 Vervolg

blz 104

een stok liet zien, bijna 2 meter; na die demonstratie moesten we weer terug over de glibberige plank. De Stw. mopperde en Kl. had pret. Kl. toonde ons ook het vangen, met een p. eenden die weer in de lucht geworpen werden.
Twee uren lang, langs kronkelende paadjes die nauwelijks te onderscheiden waren, onder en door struiken en planten heen. Een soort tooverwereld, vol makke vogels en vol bloemen, waar geen menschelijk geluid te hooren viel. Bl. reigers nestelen er en ijsvogeltjes en torenvalken in eendennesten heel laag-bij-den-grond; elzen zijn er tot statige boomen opgegroeid, evenals berken. De forsche esschen v.h. waterland staan er trotsch naast dikke oude eiken. Daar tusschen hangen en liggen hier en daar half vergane omgewaaide boomen, die vergroeid zijn met ... bramen en kamperfoelie, waarvan de geur wedijvert m.d. spirea. v.Rozenrood v. koekoeksbloemen de helgele aan een dun draadje hangende bloemen v.d. springbalsemien; hier en daar prachtige varens. Op den grond tusschen 't mos kleine varentjes. Eigenlijk te veel om in 't voorbijgaan op te letten, want je moest ook voortdurend een oog op de plaats waar je liep gevestigd houden om niet uit te glibberen. Klaver zocht een heele verzameling veeren vaan blauwe reiger, torenvalk, roek en eenden voor mij bijeen. Beloofd dat ik weer in de kooi zou komen.
Here it would be a rare occasion for a man who had to hide. Nobody may come in without me, and I could bring him his dinner and if visitors came he just could hide himself among the ... till they would be past. He might sleep in the little ...
De eenden kregen als voer koren dat naar brand rook, 't was afkomstig van de verleden jaar in brand gestoken zaadmijten. Zag nu ook verbrande korenschoven op het veld; ze worden eerst uitgeschud en dan in brand gestoken, opdat de D. niet zullen merken dat het graan er uit is.
Jan Berends van J..... is rijk geworden met de paling- en bleivisscherij, waarvan hij de opbrengst zwart verkoopt aan handelaren in Zwolle en Meppel. Voor zijn drie zonen liet hij ieder een huis bouwen en zeide tegen broer: ik ben er niet minder om geworden. Jan Berends heeft zich geabonneerd op een dagblad - waar hij nooit inkijkt - om te maken dat de postbode iederen dag in J. komt, dat hij hem altijd zijn brieven en telegrammen kan meegeven. Arme post, die in den winter daar naar 't eindje van de wereld moet fietsen of loopen.
"Woont Job Mallegien hier?"
In 't Noorden op 15 plaatsen op koffietijd invallen gedaan in gemeentehuizen om de distributie-bonnen weg te nemen en de burgerlijke stand in wanorde te brengen, om zoodoende het onderduiken te vergemakkelijken. O.a. in langweer en Wanneperveen. Men begon altijd de telefoon door te snijden, en met revolvers te dreigen.

Donderdag 8 Juli 's Morgens naar Roekebos gevaren, 't afgelegen buurtje opzij van 't vaarwater
Naar Meppel. Vervallen groote hooischuur, oud grachtje dat hoe langer hoe ondieper werd en tenslotte geheel eindigde.
's Avonds bij Job Mallegien, kreeg echte thee van de vrouw, met koekjes. De zoon is zoo wijs geweest om onder te duiken. Wij zijn niet gewend te reizen, geen wonder dat we dan in een verkeerde trein stappen, zooals J.Mallegien zeide. Bij 't terugvaren 's avonds op Molengat geoorde fuut gezien en Witgatje. Prachtige zonsondergang met groote wolk met gouden rand en maansikkel in Oost. In 't Z. als rookwolken, paars en rood.
{vel 45}

Vrijdag 9. 's Morgens met flinke tegenwind de Tyssengracht op; tusschengracht met aan
eene kant ontginning en aan andere kant 't wilde rietland. Dan Cornelisgracht en terug door Dwarsgrachte. Daar lagen de twee sleepbooten zonder naamplaten. Bij de kleinste " 10 meter lang - de andere, een mooie, circa 12 meter - zaten de mannen in een bootje te visschen, met hen gepraat. Bij Schutsloot, enz. liggen er ook in 't rietland verborgen. De bemanningen willen niet in D. gaan werken en ook hun booten niet afstaan. Langs de Otterskooi terug gevaren, de geuren van de spirea haast bedwelmend.
's Middags gelegen in 't riet bij Molengat, N.kant; bij teruggaan de weg gewezen door allerlei kronkelslootjes door melkmeisje in haar puntertje.

 

Terug naar bladzijde 103

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 105