Andere korte verhalen en artikelen over Nederlands - Indië

Nederland verliest Indië 1945 - 1949

Nederland verliest Indië: 1945-1949
Nederland probeerde in 1945 zo snel mogelijk weer vaste voet te krijgen in Indonesië. In het oosten - waaronder de Molukken - lukte dat redelijk. Maar er waren ook gebieden waar de Republik Indonesia (RI) de baas bleef. Het Britse leger, dat die gebieden van de Japanse overheersing bevrijd had, vond dat de RI een macht vormde waarmee rekening diende te worden gehouden. Ook betwijfelde de Engelse legerleiding of haar troepen, die voor een belangrijk deel uit Brits-Indië afkomstig waren, wel bereid waren tot een koloniale oorlog tegen de RI. Nederland zei dat het Indonesië op termijn wel onafhankelijkheid wilde geven, maar dat het eerst zelf de orde en rust wilde herstellen. De kans om de macht van de RI te beteugelen kreeg de Nederlandse regering pas toen na verloop van tijd Nederlandse troepen het geallieerde leger in Indië aflosten. Voor het herstel van het Nederlandse gezag werd het KNIL ingezet. Maar ook werden vele tienduizenden militairen, meest dienstplichtigen, uit Nederland gehaald. Door grootscheepse militaire inzet lukte het in 1947/48 om het land weer grotendeels onder controle te krijgen. In de vaak bloedige strijd tegen de RI betoonden de Molukkers van het KNIL (en bij de Koninklijke Marine) - als vanouds - hun loyaliteit aan het Nederlandse gezag. Vaak werden zij als voorhoede ingedeeld bij relatief onervaren legeronderdelen uit Nederland. Ook werden ze geregeld ingezet bij commandoacties. KNIL-militairen bewaken een kruispunt bij Bandung tijdens de eerste politionele actie. In de jaren tussen de proclamatie van de RI in 1945 en de soevereiniteitsoverdracht van eind 1949 heeft Nederland twee grote militaire offensieven tegen de RI uitgevoerd. Om niet te worden beticht van het voeren van een koloniale oorlog, werden deze offensieven versluierend 'politionele acties' genoemd. De eerste politionele actie duurde van 21 juli tot 5 augustus 1947. De tweede actie begon op 19 december 1948 en eindigde op 5 januari 1949. Molukse KNIL-militairen in Zuid-Celebes (nu Zuid-Sulawesi). Ondanks militaire successen moest Nederland toch op korte termijn een onafhankelijk Indonesië accepteren. Internationaal was er weinig sympathie voor herstel van koloniale verhoudingen. Dat gold niet alleen voor veel nieuwe staten in de Derde Wereld, maar ook voor landen als Australië en de Verenigde Staten. Men vond dat in de naoorlogse wereldorde het ene volk het andere niet diende te overheersen. Met name de Verenigde Staten oefenden sterke druk uit op Nederland om met de Indonesische leiders te onderhandelen. Nederland zwichtte toen de Amerikanen dreigden hun financiële steun (Marshallhulp) voor de wederopbouw van Nederland in te trekken. Onder die druk droeg Nederland op 29 december 1949, na een Rondetafelconferentie (RTC) in Den Haag met Indonesische vertegenwoordigers, de soevereiniteit over aan Indonesië. Veel Nederlanders, maar ook veel inheemse mensen die deel hadden uitgemaakt van het koloniale bestuursapparaat, vreesden in het nieuwe Indonesië niet veilig te kunnen zijn. Dat gevoel hadden ook veel Molukse militairen.

Naar het vorige document

Terug naar begin

Naar het volgende document