|
De Horster Zusters op hun evacuatieadres in de
Achterhoek.
Hierdoor werd een jongen van 16 jaar gedood, een dochtertje van het
Hoofd der School, Mientje Janssen, Juffrouw Coenen-v.d. Molen, Thijs
Peters van de slachter (Peters-"de Kat"t uit de Plakseweg),
een Duits meisje die pas ene dag bij ons was en onze goede Soeur
Hubertina, de tante van Soeur Tarcicia werden gewond.
Haar onderbeen werd er bijna helemaal afgeslagen.
(bij zuster Hubertina). Ze ligt nu in Bedburg in Duitsland in een
lazaret, achter Kleef samen met Mientje Janssen.
We weten niet of haar been al geamputeerd is, of dat het behouden zal
blijven.
We vrezen van niet, maar de Duitse verzorging is boven alle lof
verheven. Maar wat God doet, is wel gedaan. We hebben alles geprobeerd
haar naar Holland (de Achterhoek) vervoerd te krijgen, maar nu zijn
alle Rode Kruisauto's afgenomen, en is er geen kans meer op.
We hebben de vlag (witte) op het huis gehad, maar
daar er ook Duitse soldaten in het klooster lagen, hielp dat niets.
Heel ons klooster is nu vernield. De ziekenkamer, de logeerkamer,
beide spreekkamers en Mevrouw Hogendorp der kamer liggen in puin.
Ook van de kapel is niet veel meer over. Ons hele klooster is
doorzeefd van gaten. Hele grote gaten zitten in het dak , en in de
kloostergang waar je wel met paard en kar door kunt.
Het is treurig hoe er alles uit ziet. In de kelders hadden we nog best
kunnen blijven, maar er kwamen zoveel zieken en ziektes en
onreinheden.
We moeten na vijf weken ons dierbaar klooster
verlaten. 's Morgens om 2 uur vertrok de laatste groep. Dit waren de
zusters. We wilden als dekkapitein het laatste ons schip verlaten.
Vlak voor de pensiondeur lagen we al onder vuur. Zuster Anysia kreeg
een kogel door haar lange-korte mantel, doek en habijt heen. Gelukkig
werd ze zelf niet getroffen.
Onze tocht over Kranenburg was vreselijk. Toen langs Kleef en Emmerich
(waar absoluut niets meer van over is !) naar Babberich. Daar hebben
we voor het eerst na vijf weken, ons habijt uitgehad en geslapen op
een bed in de cellen van de zusters.
Dat zijn de Zusters van Veghel, en ze waren buitengewoon hartelijk.
Toen zijn we naar Doetinchem gegaan. Hebben daar
drie dagen gelogeerd bij de Zusters van J.M.J en na een tocht van zes
uur op de kar van den vader van Soeur Theobalda, zijn zijn we naar ons
dierbaar Groenlo getrokken. Daar werden we al met open armen en deur
verwacht:
Op 21 Oktober (1944) zijn we hier aangekomen. Van Malden weten we
allen, dat die op 17 September al vrij waren, verder weten we niets.
Gisteren 30 November (1944) hoorden we, dat ze (de geallieerden) nu
eindelijk de Horst ook hebben, en al twee kilometer de grens zijn
gepasseerd.(De Slag om het Reichswald, Operatie Veritable is
begonnen). Och, mochten we toch gauw weer naar ons dierbare klooster
vertrekken !!
Met een kleine huisvesting zullen we tevreden zijn. O ja, nog dit.
Geen enkele boerderij of huis staat er nog (op de Horst). De meesten
zijn afgebrand en de overigen zijn helemaal kapot geschoten. Gisteren
hoorden we nog, dat onze kruidenier Gradje Hofman(s) aan
hersenvliesontsteking is overleden.
Ik geloof Eerwaarde Soeur Superieure en goede Soeur
Antonie aan Uw verlangen te hebben voldaan. Een zuster met goede ogen
zal het alleen maar kunnen ontcijferen.
Zoudt U (1.G.) zo goed willen zijn, dit epistel ook te laten lezen in
de andere huizen van Holland ? Dan hoeven wij niet alles nog eens te
schrijven.
Zusters van de Horst, vanuit Groenlo
|