Vervolg Groesbeeks dialect.

 

 

Tegenstellingen

 

 Terug naar pagina 2  Terug naar het begin
klien = klein
en klien del = heel veel
spiet = spijt
da spiet me dat spijt mij niet
lelluk = lelijk
en lelluk denje een mooi meisje
mo..j = mooi
enne moi..je kel = een lelijke kerel
vie..s vies
en vie..s kleed = een mooie jurk
onnut nie? wat mooi hé?
umme nie? dat is toch zo?
knoei = onkruid
das-mar knoei = dat is fijn
vors = vers
en vors sneetje = een oudbakken sneetje
en lekker joonk een lastige jongen
enne plézierige trop = een lastig troepje
enne slimme een dom iemand
en rondum mè  scheenk = een dubbele boterham met spek
heej lei..j enne moje trei te doen = driftig heen en weer lopen
neu..jt um ok = die zullen wij maar niet uitnodigen
et klè..ft-tur wer nie = wat een toestand
en wasberre lui..tje mé enne platte peter = bosbessenstriuikje met  een wants (insekt)
dor ziek nie tetterig ien = daar ben ik niet kieskeurig voor
da zeut niet duut dat staat niet of dat hoort niet
duuster = donker
duts = deuk
knoepe = knappen
da dungt me ook dat dacht ik ook
gesluns viezigheid
nakend of naks = naakt
room = melk
de soep is laf = zoutloos
stekbes = kruisbes
weit = tarwe
bokstés =  broekzak
ik smeet = ik gooide
smiete gooien
smiet! = gooi!
zoebele sabbelen
zeeg = mak of tam
uutmakksel = smoesje
en teek uut trekken een poets bakken
streeje = ergens voor opkomen
spelleke = met grote ogen kijken
spieze = loeren
kiek de loogt = kijk de lucht
 Terug naar pagina 2  Terug naar het begin