De geschiedenis van het Horster Klooster

 

Terug naar de vorige pagina

 Naar de inleiding geschreven door Leo Zilessen

Terug naar het begin

Vervolg van de geschiedenis van het Horster Klooster

Juli 1954 wil pastoor van der Leeden, een splitsing in jongens- en meisjesschool. Meester Bögels, die echter pas na het vertrek van Meester Janssen in 1946 hoofdonderwijzer wordt, wil echter alleen een gemengde school. September 1954 wordt er al gesproken om de zusters uit de parochie weg te nemen ! Maart 1955 is het kerkbestuur van de Horst bereid voor de koop van klooster, scholen en grond voor de prijs van Fl. 50.000. De verkoop is in juli 1955.

  Klik op de bovenstaande link voor meer info over Mareetje uit de Horst.

Wie was nu Mareetje, die de grond voor de bouw van het klooster afstond aan de Franciscanessen Congregatie ? Ze was familie van de buren Bart Peters (geboren te Groesbeek op 15-03-1824) en z’n vrouw Elisabeth Toonen (geboren te Malden op 03-11-1842). Een van hun zonen die later het huis zou krijgen was Grad Peters (geboren op de Horst op 22-10-1882) die getrouwd was met Agnes Janssen (13-03-1883). De familie Gerrits en Peters waren toen buren omstreeks 1900, want het latere huis van Knipping (later Hoedemakers, weer later Ijzendoorn) stond er toen nog niet, en hadden dus als adres G-69 (Willem Gerrits) en G-70 (Peters). Later na 1920 werden dit de adressen D-41 en D-52. Na het overlijden van haar man de zoon van Willem, Antoon Gerrits, werd Marie, zoals ze ook werd genoemd weduwe en ze hadden geen kinderen. Wel woonde er een tijdlang een familie van hun de familie Burgers uit Kranenburg erbij in. Zeker de familie Peters was een zeer gelovige familie, dit zien we ook aan de verschillende functies die ook latere familieleden Pro Deo hadden bij de kerk. Ik veronderstel, dat hierdoor Mareetje uit geloofsovertuiging de grond schonk aan het klooster. .

  Terug naar de naoorlogse periode;

  Van 18 op 19 Oktober 1944 ’s nachts om 02.00 uur vertrekt samen met twee Duitse soldaten de eerste groep van de mensen uit de schuilkelder van het klooster richting Achterhoek. Men ging in verschillende groepen. De tijd dat ze daar moesten blijven zou 6 maanden gaan duren.Naar het klooster kwamen ook enkelen “van over de grens”, dezen namen echter luizen mee naar de schuilkelder in het klooster, met alle gevolgen van dien. Ook ontstond er dissenterie door gebrek aan hygiene en aan WC’s. Een van de bewoners (Kosman van de Heikant ??) draaide volledig door, en moest op een ladder gebonden worden. Men meende veilig te zitten in het Horster klooster met op het dak een witte vlag. Dit bleek echter geenszins het geval… Na terugkomst werd omstreeks mei 1946 van de restanten een noodklooster gebouwd. In 1947 begonnen de zusters weer met het geven van kleuteronderwijs, en oudere meisjes kregen les in het naaien en verstellen van kleding. De kapel van het klooster fungeerde tijdelijk als noodkerk. Door het gebrek van een doopvont, werd er gedoopt in een wasbak. Op 13 mei 1948 kon een nieuwe noodkerk in gebruik genomen worden totdat in 1952 de huidige nieuwe kerk werd gebouwd.

De doden bij het klooster waren:

Hein Thijssen
Jan Thijssen (van den Duustere)
Karel van de Logt
Annie Rutten
mevr. Staal (pensionsgast van het klooster)

Zuster Hubertina,

Gerrit Janssen
Geres Josten
Jan Sluis
Grad Hofmans (hersenvliesontsteking)
Gerrit Kerkhoff (de smid)
Onbekende Nijmeegse onderduiker

Zij rusten allen in vrede……

(In de Breedeweg was ook een klooster, het klooster van de Duitse zusters van Waldbreitbach). 25 Juni 1927 wordt de Horst een zelfstandige parochie, en 25 juli 1928 wordt de eerste kerk ingewijdt door Mgr. Diepen.

 

Terug naar de vorige pagina

 Naar de inleiding geschreven door Leo Zilessen

Terug naar het begin