Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 11 - 16 juli 1940 vervolg
{vel 8} eerste dagen. Den keizer was aangeboden een vliegmachine om hem
veilig naar Engeland te brengen, doch hij had dit afgeslagen en volgens
het gevoelen van zijn omgeving daardoor, door zijn tegenwoordigheid,
Doorn en omstreken gered van gevechten. Zelf was Frau H. met verscheiden
Duitschen en Duitschers van de hofhouding, benevens eenige D.
kloosterzusters uit Rijsenburg en een N.S.B. verpleegster, op den
eersten oorlogsdag in twee autobussen naar het fort Spijkerboor
gebracht. 's Avonds kwamen ze er aan; de vrouwen werden in de minst
oncomfortabele ondergrondsche ruimte gebracht, waar echter geen ijzeren
bouten voor 't eenige venster waren. 's Nachts werden deze aangebracht,
zoodat van slapen heelemaal niets kwam. De soldaten hadden aan de
vrouwen hun kribben afgestaan en ook de fortcommandant deed alles wat in
zijn vermogen stond om de toestand dragelijk te maken, doch 't geheel
was wel zeer primitief geweest. Overdag kwamen ze wel buiten, Frau H.
liet mij de gedroogde bloemen zien, geplukt op het glacis van 't fort,
en als een herinnering bewaard. Tenslotte verminderde de hevigheid van de onweersbuien en daar ik het
niet nog later wilde laten worden, denkende aan de ongerustheid waarin
mijn gastvrouwen zeker zouden verkeeren, bracht Frau H. mij naar de
tramhalte, door 't hek achter het gemeentehuis. Groote waterplassen
lagen op de weg, in Doorn stond het water decimeters hoog op de straat
en deinde als een zee op en neer wanneer autos een de tram er doorheen
gingen. Ook in de Lindelaan stond het voor 't huis een tien c.m. diep;
't was des te minder aangenaam daar doorheen te waden, omdat ik geen
droge schoenen of kousen had om aan te trekken, daar mijn valies nog
steeds niet aangekomen was. Gelukkig dat mij kousen geleend werden.! Dinsdag 16 Juli. 's Morgens naar mevrouw v.d.B. Zij ontving mij met
de woorden: "Ik ben
|