44E Dagverhaal Vervolg |
blz 142 |
wij ronkende vliegtuigen, het bulderen van kanonnen, het scherpe geratel
van geweren en mitrailleurs en dreunende ontploffingen.
Omtrent half vier vernemen wij zware voetstappen; is 't op de weg of in onze
tuin? Ineke en ik sluipen naar de keuken, kijken behoedzaam over de
vensterbank, klaar naar beneden te duiken bij gevaar en zien boven de heg uit
langs de weg helmen voorbij gaan, vreemde khaki helmen met netten bespannen
waarin takken steken.
Op het schoolplein aan de overzijde van de weg lopen in khaki geklede soldaten
heen en weer en de Duitsers die in de school gelegerd waren staan met het
gezicht tegen de muur van de schoenfabriek gekeerd, de handen omhoog. Dat kan
niet anders betekenen dan de bevrijding!
Met tranen in de ogen omhelzen Ineke en ik elkander en dan vlug naar de kelder
met het ontroerende nieuws. Vader en Moeder willen zich met eigen ogen
overtuigen van het ongelofelijke en wij snellen in grote opwinding naar
buiten. De buren blijken ook reeds uitgelopen en wij wensen elkaar geluk en
begroeten juichend de Amerikaanse soldaten die de
- 7 -
Zevenheuvelenweg af komen draven. Zij geven nauwelijks acht op ons; schichtig,
bijna angstig speuren zij naar alle zijden, het geweer klaar om te schieten.
Ineke vliegt volgens de traditie één der bevrijders om de hals, doch is niet
zò impulsief of zij let er terdege op een uit te zoeken die niet al te vet
glimt.
Zonderling, luguber zien onze bevrijders er uit met hun door camouflagezalf
zwart gemaakte gezichten waarin het oogwit schril afsteekt. Hun kleding lijkt
meer een werkpak dan een uniform, zakken zijn tot op de meest ongewone
plaatsen aangebracht zelfs onderaan de broekspijpen waar het gevest van een
dolk uitsteekt. Hun geweren lijken speelgoedgeweertjes of het knutselwerk van
een kleine jongen, van sommige wordt de kolf gevormd door een gebogen stalen
buis die de omtrek aangeeft, bij andere doet een rechte buis met
schouderstutje als zodanig dienst.
Deze Amerikanen zijn blijkbaar neergekomen met de zweefvliegtuigen die op de
akkers ten Noorden van Vogelsangh daalden. Ergens in die richting, in 't
verlengde van de Zevenheuvelenweg rookt een zware brand, onheilspellend
trekken de dikke zwarte wolken over de velden.
De brand voert onze gedachten, die een ogenblik niet anders schenen te kunnen
bevatten dan het feit der bevrijding, in een andere richting: naar Elly's
huis. Vanaf haar gevangenneming in Juli hadden wij behalve voor haar zoontje
Paultje ook zo goed mogelijk gezorgd voor de verlaten woning. Met de hond
Schotje ging ik er iedere nacht slapen tot de dag, nu enige weken geleden, dat
de Duitsers het huis in beslag namen om er een radio- en telefoonpost te
vestigen. Zou er nog om gevochten zijn, was het beschadigd? Moeder en ik
haastten ons naar het z.g. Binnenveld waar Elly's huis als een der laatste van
het dorp bij de bosrand ligt. Op een afstand van hoogstens een kilometer van
Vogelsangh doch het kostte tijd die afstand af te leggen daar de gehele
bevolking van Groesbeek op de weg was en een ieder uiting wilde geven van zijn
- 8 -
vreugde over de bevrijding. Velen spraken tegen ons de wens uit: "Dat de
jonge Mevrouw ook spoedig uit haar gevangenschap verlost moge worden en gezond
en wel terugkeren uit Duitsland."
In het dorp aanschouwen wij de eerste Binnenlandse Strijdkrachten, de mannen
die zich in 't geheim voor hun vrijwillige taak geoefend hebben om als de tijd
gekomen was mee te helpen de verdrukkers uit het land te verjagen. Flinke
kerels in hun blauwe overal die als primitief uniform dient, zij zijn gewapend
met een geweer. Hier en daar staan de B.S.ers op post, fier en verheugd kijken
zij rond, bewonderend aangestaard door het publiek waaruit een enkele hen
aanspreekt. Een paar van hen bewaken de gevangen genomen Nsbeërs. De lieden
die gedurende de afgelopen jaren het dorp geterroriseerd hebben zitten of
liggen thans als een armzalig troepje op de berm van de weg tegenover het
Slömpke, in afwachting van wat er verder met hen zal gebeuren. De opmerkingen
en bespottingen van de omstanders waarin zich opgekropte haat en angst
ontladen, beloven niet veel goeds.
Voorlopig zouden zij opgeborgen worden in de barakken van het Munitionslager
in het bos van de Wolfsberg.
|