44E Dagverhaal Vervolg |
blz 143 |
Elly's huis is verlaten en toont alle sporen van een overhaaste vlucht. De
geheel gevulde etensblikjes van de soldaten staan onaangeroerd schots en
scheef in de gang alsof zij haastig neergesmeten zijn. De inhoud van kisten en
kasten ligt over de vloeren uitgestrooid. Zover wij kunnen zien hebben de
Duitsers enkel hun radio meegenomen.
Volgens de buren zijn de Moffen het huis uitgevlucht zodra de eerste
paratroopers neerdaalden. De Hauptmann sprong in de auto die altijd in het bos
tegenover het huis klaar stond. Hij reed in een razende vaart weg, zijn mannen
aan hun lot overlatend. Ook zij namen dadelijk de benen.
's Avonds begaven Moeder en Ineke zich naar de Pastorie om te vernemen wat de
bewoners ondervonden hadden. Ik ging met het zelfde doel naar het klooster
Mariendaal waarvan wij de zusters goed kennen en waar ook enige
- 9 -
vrienden van ons wonen. Verscheiden zusters kwamen in de gangen op mij af om
geluk te wensen met de bevrijding. Want hoewel de meeste van hen Duits van
geboorte zijn, Nazi-gezind waren zij allerminst. De Zusters vertelden dat de
Duitsers die in hun klooster een lazaret gevestigd hadden voor het merendeel
de vorige dag vertrokken waren. Slechts de dokter, twee Sanitäter en een
zieke bleven achter; deze mensen hadden zich aanstonds aan de Amerikanen
overgegeven.
De vier spoormannen die in het logement van de Nsbeër tegenover het
stationnetje ingekwartierd waren hadden zich niet zo vlot een de veranderde
omstandigheden weten aan te passen; of misschien rekenden zij er op dat hun
landgenoten spoedig terug zouden keren.
De Amerikaanse soldaten hadden eerst het Parochiehuis en vervolgens het
logement de Locomotief onderzocht; toen zij dit tweede logement naderden werd
er uit een zoldervenster op hen geschoten. Vanzelfsprekend drongen zij hierop
onmiddellijk naar binnen. De eigenaar had met Dolle Dinsdag de wijk naar
Duitsland genomen en de zorg voor het hotel aan zijn vrouw overgelaten. Nu zat
de vrouw onverstoorbaar te breien op haar gewone plaats voor het venster waar
zij alles kon waarnemen wat er in 't dorp omging. Een der Amerikanen stelde in
het Nederlands de vraag of er nog Duitsers in huis waren. "Neen"
luidde het korte antwoord en de pennen ratelden zonder onderbreking door.
Bij het doorzoeken van de zolder kwamen de Duitse soldaten die geschoten
hadden te voorschijn, verder stuitte men op een afgesloten deur. De vrouw
beweerde dat de sleutel sinds lang zoek was ..... Een nutteloze uitvlucht want
het was een kleinigheid het slot te verbreken. In het zolderkamertje zaten
angstig en bleek de vier bejaarde spoorwegmannen met hun koffertjes naast
zich. Zij moesten hun bagage openmaken doch daar er niets onbehoorlijks in zat
en zij er zelf onschuldig uitzagen,
- 10 -
mochten zij na slechts kort vastgehouden te zijn naar de Heimat terugkeren.
De granaten hadden in de Dorpsstraat enkele huizen beschadigd: bij de
schoenwinkel gaapte een groot gat in de voorgevel, bij een café was een gat
in het dak geslagen. De caféhouder, geheel overstuur, wist zich zelf niet te
helpen maar riep Jan de smid te hulp, zijn vrouw en kinderen konden toch met
een open dak de nacht niet ingaan ..... En Jan de smid, goedig en behulpzaam
als immer, ging dadelijk op het dak om 't op de een of andere manier te
dichten. Later zei hij: "Je kende toen het gevaar nog zo weinig,
misschien zou ik nu niet meer zo gewillig op dat verzoek zijn ingegaan."
Tegen de met wingerd begroeide gevel van het burgemeestershuis was tussen de
beide verdiepingen breeduit de vaderlandse vlag gespannen; een gezicht dat het
hart goed deed. Aanstonds vroeg ik aan de burgemeester of wij de volgende dag
onze vlag ook zouden kunnen uitsteken, waarop volmondig het antwoord luidde:
"Ja zeker, doet U het gerust, wij zijn thans immers bevrijd!
Op de terugweg zag ik hoe plunderaars met bijlen en andere werktuigen gewapend
af en aan draafden naar de jongensschool waar de Duitsers in gelegen hadden.
Zij sleepten er allerlei pakken en zakken uit en verdwenen met hun buit in de
richting van de Stekkenberg.
|