44G Dagverhaal Vervolg |
blz 167 |
het oog op het gevaar niet toestaan de kelder te verlaten, doch in dat
spektakel daar beneden zou een mens gek worden, je kan er je hersens niet bij
elkaar houden." Met welke uitlating ik volkomen instemde. Wat een
verschil met onze rustige, bijna genoegelijke kelder!
Volgens de radioberichten zijn de oprukkende Amerikanen bij Arnhem de Rijn
overgestoken en hebben verbinding gekregen met de luchtlandingstroepen op de
Veluwe.
Als 's nachts het schieten in onze eigen omgeving tijdelijk wat afneemt,
dringt het rumoer van de hevige strijd bij Arnhem duidelijk tot
- 58 -
hier door. Het weerlichten der schoten is zelden van de lucht.
Voordat wij ons ter ruste begaven gingen Ineke, Jan Muus [-kens] en ik
nogmaals op de bovenste verdieping uitkijken. In het Oosten 1) zagen wij op
twee verschillende plaatsen een groot vuur kalm en gestadig branden, als een
felle rode gloed waar telkens weer vlammen door heen schoten. De Duivelsberg
ligt in die richting, een vijf kilometer van hier; wij veronderstelden dat die
bossen in lichter laaie stonden, het vuur was zo hevig. - In werkelijkheid
zagen wij de stad Arnhem branden. - Het lugubere schouwspel hield ons lang
onder zijn sombere ban.
En toch, toen wij ons eindelijk van het uitzicht losgemaakt hadden, maakten
wij even later dolle pret om de dwaze wijze waarop wij in het pikkedonker de
zolder overstaken; hand in hand achter elkander, waarbij mijn persoon als gids
en voorman diende, zijnde het best bekend met alle hindernissen van kisten en
meubels die aanslagen op onze schenen dreigden te plegen.
Men verwacht dat zodra de Geallieerden er in geslaagd zijn het Wald volkomen
te omsingelen, de Duitse troepen een poging zullen doen om uit te breken.
Waarschijnlijk zullen zij hierbij van gevechtswagens gebruik maken. Indien
deze uitval aan onze kant plaats vindt, kunnen wij er wel op rekenen dat hier
de hele boel aan stukken gaat; een weinig aangenaam vooruitzicht. De
Amerikanen hebben reeds op verscheiden plaatsen anti-tankgeschut in stelling
gebracht.
Maandag 25 September.
Vannacht werd ik gewekt door bommen strooiende Duitse vliegtuigen, waarop
ik aanstonds Schot onder de arm en schoenen en tas in de andere hand pakte en
in de kelder afdaalde. Allen sliepen rustig, op Vader na die wakker was en
naar de ontploffingen luisterde. Schot keek nijdig naar de in zoete rust
verzonken Joris die er niets van bemerkte; daar hij er niet in slaagde zijn
makker uit de mand te verjagen, rolde hij zich
- 59 -
neer op 't voeteneinde van de matras waar moeder Jansen op lag. Daar boven in
de nachtelijke duisternis trokken de vijandelijke vliegtuigen brommend hun
telkens wederkerende kringen; soms dichtbij en dan weer verderaf dreunden
ontploffingen, waar tussendoor het afweergeschut met felle salvo's knetterde.
In de kelder verspreidde het nachtlichtje een vredig schijnsel; de slapers
ademden hoorbaar in de veilige beslotenheid. Moeder Jansen werd plotseling
wakker. Ditmaal niet met haar gewone laconieke uitroep bij bombardementen:
"Och Here mien tied zeg ik!" waarop zij dan aanstonds weer gerust
inslaapt; doch met de mededeling:"Oewen 'ond ligt op mienen bed". Ik
pakte de overtreder op en aangezien de afweer er in geslaagd scheen te zijn de
vijand te verjagen, verdwenen wij maar weer naar boven naar ons eigen
slaapvertrek. Gedurende de gehele nacht klonk in de verte zwaar geschutsvuur;
dichterbij het scherpe geluid van geweerschoten en het gejaagde gerikketik van
mitrailleurs.
Naar gewoonte stonden wij vóór zevenen op; de boeren gaan zonder zich aan
schieten of bombardementen te storen steevast om zeven uur naar hun boerderij
om het vee te verzorgen. In de hoop dat zij alles terug zullen vinden in
dezelfde staat waarin zij het de vorige avond achter gelaten hebben.
Kennelijk
een vergissing, zowel de Duivelsberg als Arnhem liggen in het Noorden. P.S.
|