44G Dagverhaal Vervolg |
blz 168 |
De dag begon regenachtig, later klaarde 't op tot prachtig herfstweer. Lies
en Jan Muus bleven bij ons en hielpen met het een en ander in huis. Jan had
opgemerkt dat onze voorraad brandhout aan 't minderen was en ging hout klein
hakken. Ineke en ik plukten in de boomgaard kwetsen, die Lies van vellen en
pitten ontdeed en Moeder inmaakte.
Om tien uur moesten wij weer in de kelder duiken. De Geallieerde batterijen
rondom ons en de Duitse batterijen in het Wald wisselden hun verplichte partij
schoten. Buurvrouw Lien kwam ons in de kelder opzoeken. Zij vertelde dat men
- 60 -
thans in de kelders van het Kinderhuis met een honderdtal mensen en kinderen
bijeen zit; alle bewoners van de Panoramaberg hebben er een schuilplaats
gevonden.
Voor al die monden gingen een paar van de ouderen iedere dag water halen bij
onze pomp en melk en boter bij de zuivelfabriek. De pomp is dichtbij doch het
is in de tegenwoordige omstandigheden een hele onderneming en niet van gevaar
ontbloot om naar de boterfabriek die aan de andere zijde van het dorp ligt te
gaan. De machinist van de fabriek, Wim van O., komt echter van nog veel groter
afstand en toch is hij trouw elke dag op zijn post. Tot Vrijdag 29 September
heeft hij dat volgehouden. Later verklaarde hij: "Prettig was 't niet
maar de bakkers moesten toch meel hebben om brood te bakken." Het graan
voor ons dagelijks brood werd n.l. in de boterfabriek gemalen omdat de
maalderij van Fleuren aan de Noordzijde van het dorp door de beschietingen
onbruikbaar was geworden en de Zuidmolen te zeer blootgesteld lag aan het
vijandelijk vuur.
Brood is inderdaad een van de meest onmisbare voedingsmiddelen voor een
Europeaan. Zodra het schieten verminderde gingen Lien en ik naar het dorp om
ons hiervan te voorzien. Tegelijkertijd bracht ik de Amerikanen de hen
beloofde staf- en andere kaarten van deze omgeving, welke wij in grote
verscheidenheid bezaten. Hierbij was een in Kleef gekochte kaart van het
Reichswald waarop alle mogelijke bijzonderheden waren aangegeven tot zelfs
alle verschillende soorten beplantingen: loof- of naaldhout, opgaand geboomte
of laag bos. Met deze kaart waren de Amerikanen buitengewoon ingenomen en
bemerkende dat de brengster goed op de hoogte van de streek was gingen zij
allerlei vragen stellen. Bij het beantwoorden kwam de op talrijke zwerftochten
aan weerszijden van de grens verworven kennis van pas. Hoe vurig hoopten wij
dat onze inlichtingen mee zouden werken tot de verovering van het Wald!
Wij Groesbekers vroegen ons menigmaal af waarom er geen korte metten werden
gemaakt met dat gevaarlijke wespennest, waarom het niet met vlammenwerpers
- 61 -
uitgebrand werd. Vanuit onze observatiepost heeft Jan Muus een enkele keer
vlammenwerpers aan 't werk gezien; zó kortstondig echter dat de vuurgloed
reeds verdwenen was toen wij op zijn geroep naar boven snelden.
In ons groot en bijna kinderlijk optimisme kwam het niet in ons op dat de
Geallieerden gebrek aan enig materiaal konden hebben en toch was dit de
oorzaak waarom men niet krachtiger tegen de stellingen in het Wald kon
optreden. Het bleef bij kleine aanvallen.
Iedere nacht trokken vrijwilligers van de Groesbeekse B.S. het Wald in om
de stellingen der Duitsers te verkennen. Ook negerpatrouilles werden het Wald
ingezonden om de Duitsers in hun schuilplaatsen te overvallen. De negers waren
uitermate ge-schikt voor dergelijke opdrachten, beter dan de blanke soldaten,
daar zij zich volkomen geruisloos weten te bewegen en hun huid van nature een
volmaakte schutkleur heeft. Echter was het hun streng verboden de mond te
openen daar hun blinkend witte tanden hen zouden hebben kunnen verraden. De
Duitsers koesterden een grote angst voor deze zwarte schimmen die hen
overrompelden nog voor dat zij enig vermoeden hadden van naderend gevaar.
|