44H Dagverhaal Vervolg |
blz 174 |
en de bescherming van de mensen; in de hof vlak bij de vertrouwde stal werd
het beest getroffen en het lag dood te bloeden zonder dat zij hulp konden
bieden. Lijdelijk moest de boer toezien hoe zijn levenswerk voor zijn ogen
vernietigd werd. Er bestond geen kans om ook maar iets te redden.
Op een nacht dat de Duitsers weer moesten terugtrekken staken zij de brand in
het opgetaste hooi en het koren. De afschuwelijke angst en spanning waarmede
zij in de schuilplaats de loop der vlammen volgden. Als de wind het vuur
slechts niet al te zeer aanwakkert dan blijft ons misschien nog een deel
bespaard ..... Zij baden, met wanhoop in 't hart.
De oogst is droog, de vlammen vreten hun vurige weg al verder en verder;
heimelijk knappend en sissend en venijnig fluitend om met een zegevierend
loeien over te slaan naar de wagenschuur waar de kostbare landbouwwerktuigen
staan: de tractor, de dorsmachine, de zaai- en maaimachines.
- 72 -
Ach, dat tenminste het woonhuis gespaard moge blijven ..... Een heldere schijn
licht op achter de ruiten; zoals wanneer bij het thuiskeren in de
avondschemering Moeder juist met een handvol droge takjes het fornuis
aanstookte ..... Knetteren en kraken, de zoldering stort in, fel laait de
gloed op, de vlammen spuiten brullend uit de ramen.
Huis en haard, verleden en toekomst vernietigd. Thans heeft het geen doel meer
langer in 't gevaar te blijven.
Een eerste poging om te vluchten wordt door een hevige beschieting verhinderd.
Een tweede poging: kruipend op de knieën langs de oprit die naar de Wylerweg
1) leidt; de voorste man met een witte doek aan een stok gebonden. De
Amerikanen worden opmerkzaam, zien dat er vrouwen bij zijn, staken het vuren
en beduiden de vluchtelingen een enigzins gedekt pad achter langs een heg te
volgen. Plotseling weigeren de benen van de boer hun dienst, hij kan geen stap
meer verzetten. Bij geluk ligt er een kruiwagen, hierop wordt de invalide
geladen en voort gaat het langs het hobbelige landwegje vol granaatkuilen
onder voortdurend vuur, totdat eindelijk het dorp bereikt wordt.
"En nu zit ik hier met mijn gehele gezin, net zo arm als ik tientallen
jaren geleden als kleinknechtje begon." Even verborg hij het hoofd in de
handen, even was hij een oude gebogen man; om zich een ogenblik later op te
richten met de woorden: "Maar ik laat de moed niet zakken, Onze Lieve
Heer zal mij verder ook wel helpen zoals Hij mij altijd geholpen heeft, En
....." kwam er achteraan met de vroegere ondeugende tinteling in de ogen:
"één ding is zeker: de Mof raken wij eindelijk kwijt!"
Nauwelijks was de boswachter aan 't einde van zijn verhaal gekomen of er
klonken angstige uitroepen vanuit de keuken: "Vader kom toch in de kelder
en de Juffrouw ook! Gauw, de granaten vallen vlak bij!"
De vloer van de kelder was geheel bedekt met stro en matrassen, waarop wij
dicht bijeen zaten. Er steeg een gemurmel van gebed op dat de gewone
- 73 -
heilzame uitwerking de angstigen tot kalmte te brengen niet miste. Moeder de
vrouw, daartoe aangezet door mijn tegenwoordigheid, verdiepte zich al spoedig
in 't ophalen van herinneringen uit de oude tijd "toen Uw Tantes nog
leefden" en vergat daarbij voor een kort ogenblik alle tegenwoordige
moeilijkheden.
Het vuren bedaarde juist tijdig genoeg om met het middagmaal thuis te kunnen
zijn; de maaltijd bestond uit hutspot met gebakken appels toe. Onder het eten
ging het electrisch licht eensklaps op; wij begroetten het met gejuich, met
grote bezorgdheid hadden wij vastgesteld dat onze voorraad kaarsen en
waxinepitjes op een onrustbarende wijze aan 't slinken was. Nu werden
aanstonds in de verschillende hoeken van ons ondergronds verblijf lees- en
schemerlampjes aangebracht opdat iedereen licht naar behoefte zou hebben. De
kelder begon werkelijk enigzins het aanzien van een gezellige zitkamer te
krijgen; de eigenaardige stoffering van de wanden, de planken
Wylerbaan
? P.S.
|