44J Dagverhaal Vervolg |
blz 194 |
komen. Mijn voet stootte tegen een granaatscherf, onwillekeurig bukte ik
mij om het stukje ijzer op te rapen doch liet het dadelijk weer vallen, de
scherf was gloeiend, dus juist afgeschoten. Nu werd het mij boven toch te heet
en het goed latende voor wat het was daalde ik haastig naar beneden.
Terwijl wij ontbeten pakte Moeder een voorraad boterhammen voor onderweg in de
levensmiddelentas. De tocht kon lang, kon de gehele dag duren. Waar zouden wij
terecht komen, wie zou ons opnemen? Onze blik zwierf door de gezellige kelder
die ons een zo goed en veilig onderdak had geboden en die wij met tegenzin
verlieten.
Alle luiken waren zorgvuldig gesloten opdat geen regen door de gebroken
vensters naar binnen zou dringen. Tot het laatst toe namen wij alle mogelijke
voorzorgen in acht, tot het ogenblik dat wij alles in de steek
- 113 -
moesten laten. De dingen die wij mee zouden nemen zetten wij in de gang
bijeen.
Het was niet mogelijk Vogelsangh langs de oprit te verlaten, deze lag te zeer
onder vuur. Wij zouden het sluippaadje aan de Westzijde moeten gebruiken, zo
als wij de laatste weken meestal gedaan hadden omdat het gedekter lag. Tussen
bomen en struiken door voerde het naar de heg; van daar kwam men op het een
goede meter lager gelegen akkertje van de buurman. In de beschutting van de
heg waren een paar verbergingskuilen gegraven die ons meermalen van pas waren
gekomen.
In de gang stonden wij het gunstige ogenblik voor de vlucht af te wachten, het
ogenblik dat de Duitse batterijen hun vuurrichting zouden veranderen.
Rugzakken op de rug, koffertjes in de hand, de honden aangelijnd, Paultje
hield Beer onder de arm geklemd; de kleine jongen mocht slechts een beest
meenemen en had daartoe zijn grootste lieveling Beertje uitverkoren.
De laatste ontploffingen klonken verderaf, een van ons meende het goede
ogenblik gekomen en zeide tegen Paultje: "Draaf zo hard je lopen kunt
naar het overstapje in de heg en wacht in het schuilgat op ons, wij volgen
dadelijk."
Ik liet de jongen uit en zag hem om de hoek van het huis verdwijnen. Pal
daarop, zonder voorafgaand fluiten, sprong een verraderlijke mortiergranaat op
de stenen rand die het grasveld omringt, niet ver van de plaats waar Paultje
juist verdwenen was. Een ogenblik van verlammende schrik. En dan de opluchting
Paultje erbarmelijk te horen huilen. Hij leefde dus nog, maar was hij gewond?
Daar kwam hij terughollen, snikkend: "Ik ben gevallen en heb mijn
knietjes zo'n pijn gedaan aan die nare kiezels!"
En wij lachten van vreugde hem ongedeerd weer te zien, die geschaafde knieën
waren immers helemaal niet erg voor een flinke jongen. Hij scheen niets
gemerkt te hebben van de ontploffing die hem toch ongetwijfeld
- 114 -
tegen de grond geworpen had.1 )
Er volgden nog enige ontploffingen van mortiergranaten dichtbij. Opnieuw
afwachten en onderwijl overlegden wij dat het beter zou zijn het huis langs de
Westzijde door de serre te verlaten in plaats van door de voordeur waar de
granaten langs scheerden. De reeds gesloten deuren en luiken werden weer
geopend.
Zodra de Duitse batterijen hun vuurrichting veranderden maakten Ineke en ik
hier gebruik van om onze bagage door de tuin in over de heg naar het lager
gelegen akkertje van de buurman te brengen. Nu wij het in enige gangen moesten
transporteren met de kans onderweg door springende granaten getroffen te
worden leek 't nog veel. Ineke's fiets, Vaders invalidewagentje, Paultje's
trekwagen, de koffertjes, rugzakken en dekens; al ons hebben en houden op de
vlucht.
Dit was gelukkig zonder ongelukken afgelopen. Nu de achtergeblevenen
gewaarschuwd.
Vader sloot het huis zorgvuldig af - o, overbodig gewoontegebaar - en stak met
Moeder, Paultje en de honden het grasveld over. Nog een enkele blik ten
afscheid achterom. Omringd door zijn hoge bomen scheen Vogelsangh zo veilig,
als onverwoestbaar op te rijzen. 't Leek dwaasheid het huis te verlaten.
[1] De juiste toedracht herinner ik mij niet, wat ik mij uit de verhalen
herinner ben ik met beide speelgoedbeesten gevlucht maar heb ik bij deze val
het Ezelpaard verloren en dat verder vergeten. P.S.
|