| 44L - Vervolg dagverhaal |
blz 198 |
mannen, vervuld van wat hen wacht in de vuurlinie, blikken toch met
deernis naar de jammerlijke, eindeloze optocht van vluchtelingen.
Tot nu toe hadden onze honden braaf meegelopen, zonder zich door iets
van de wijs te laten brengen op deze vreemde wandeling. Bovenaan de
helling geeft 't oude Schotje echter blijk aan 't einde van zijn
krachten te zijn gekomen; de Baas ontfermt zich over zijn hond en zet
hem op zijn knieën. Zoo rijdt Schotje verder mee, vanaf die verheven
zitplaats tevreden rondkijkend.
Nog steeds omringd door bos dalen wij de hoogte af. Een opening tusschen
de bomen geeft een blik op het land van de Maas dat blauwig in de verte
opdoemt. Daar ergens zullen wij een toevluchtsoord moeten vinden.
De afstand van de strijd wordt merkbaar groter, het donderen van 't
geschut klinkt thans gedempt en niet meer zo dreigend. Aan 't einde van
de bossen de diepe ingraving van de spoorbaan, de brug is beschadigd
maar toch nog bruikbaar. Soldaten helpen er onze voertuigen over heen.
Een man haalt ons naar binnen in een klein café-tje: "Hier, kom
maar, we hebben koffie, lekker heet." en binnen zegt de vrouw:
"Arme stakkerts, wat hebt ge te verduren gehad met dat
verschrikkelijke schieten. Onze lieve Heer behoede ons voor zo'n elend."
Verderop achter het hekje van een keurig tuintje een oude man, een paar
manden naast zich, waaruit hij zwijgend aan ieder die langs gaat een
appel toereikt. Zijn goedige ogen worden vochtig als hij Paultje een
hele handvol voorhoudt: "Hier, mien jungske, ge lust er wel meer
dan ene."
Bij de kruising van de grote verkeersweg naar Maastricht regelen
- 4 -
soldaten met rode muts 1) de verschillende stromen. Af en toe wordt de
eindeloze reeks heen- en teruggaande wagens opgehouden en een partij
vluchtelingen doorgelaten naar de tot een bruine brei stukgereden
landweg aan de overkant. Vaders wagentje stoot en slaat om in een door
de modder verborgen kuil en Vader valt op iets scherps met de hand, die
terstond hevig bloed. Weer een gunstig toeval: het overkwam hem vlak
voor een Eerste-Hulppost, waar de wond terstond gereinigd en verbonden
kon worden.
Verder, de kanaaldijk op. Voor de hefbrug moet onze stoet opnieuw
wachten, militair vervoer gaat voor. Steeds meer vluchtelingen voegen
zich bij de honderden die reeds opeen gepakt staan op de hoge dijk.
Eensklaps barst het welbekende verwoede blaffen van afweergeschut los:
Duitsche vliegtuigen in de lucht, uit de verte nadert hun dreunen. Het
speurend oog zoekt mogelijke dekking en vindt niet anders dan enkele
schuilgaten in de dijkhelling, amper voldoende om de kinderen in
veiligheid te brengen. - Het gevaar was geen inbeelding, later op de dag
werden zoowel op deze plek als bij de brug van de Teersdijk
vluchtelingen beschoten door Duitsche vliegtuigen. - Ons bleef dit
bespaard, het dreigende vliegtuig werd verjaagd en de kop van de stoet
der uitgewezenen mocht over de brug trekken. Reeds wilde de Redcap 1)
alweer het stopsein geven, een officier merkt evenwel op: "Lend a
hand to the old gentleman and his family" en zo kwamen wij, als
voorlopig laatsten, door de soldaten geholpen over het beschadigde
bruggedek aan de overzijde.
Wij trekken het dorp Heumen binnen. Heumen ligt zoveel verder van de
vuurlinie verwijderd, de inwoners hebben geen onmiddellijk gevaar
ondervonden en hier beschouwt men de vluchtelingenoptocht als een
kijkspel, een welkome afleiding in het stille dorpsbestaan.
{Vermoedelijk mist hier een bladzijde 4a, de tekst loopt niet door}
- 5 -
't Gelijkt zo eindeloos lang geleden dat wij dit gedicht gelezen hebben.
Door zijn levendige schildering vervult het ons van deernis met die
beklagenswaardige van huis en haard verjaagden. Nimmer rees de gedachte
op als zou ons persoonlijk ooit iets dergelijks kunnen overkomen. En
thans waren wij in dezelfde omstandigheden en zeulden moeizaam als eenig
overgebleven bezit het allernoodzakelijkste met ons mede. Met de
begrippen eigen bed, eigen tafel, eigen dak hadden wij
Engelse Militaire Politie, wij noemen die muts
een baret, hoewel de MP naar ik weet altijd een rode pet droeg. P.S.
|