| 44L - Vervolg dagverhaal |
blz 203 |
"Och, arme stumperd, ziedde van Groesbeek? Dat is daar zo arg,
bies hier kunde 't schieten heuren! Mens, mens, zet oe bij den heerd en
warm oe, hier is al ene botteram" de dubbele sneden werden dik
besmeerd met smalt, "wat jammer dat ons spek op is, dat zou oe ok
gesmakt hebben, maar wacht, ik schud oe een kumke koffie in."
Een tweede omvangrijke boterham werd ons toegestopt en nog een gloeiende
kom koffie voor ons neergezet. Joris kreeg zijn deel van 't brood en een
bakje water. De man was nu ook binnengekomen op kousevoeten, na zijn
klompen bij de deur uitgeschopt te hebben. Hij dampte een pijpje scherp
riekende eigen teelt, waarvan mij de tranen in de ogen schoten. Hij
"zee er geen ene" maar keek met evenveel voldoening als zijn
vrouw naar 't rappe verdwijnen der boterhammen. Van betalen geen sprake:
"'t Is ter liefde Gods en och mens, als wij zelf toch zo verjaagd
waren, ik mag er niet aan denken. En dan klagen wij nog wel eens
....."
Niet minder gesterkt door de vriendelijkheid als door de voedzame
boterhammen, vervolgen wij onze tocht. Even dachten wij weer geluk te
hebben, een wagen met meelzakken reed ons achterop, gemend door een paar
jongelui van de O.D. Ze hesen ons er op, 't ging met een flink drafjen
verder, maar al gauw kwam er een fietser op ons af die de wagen terug
dirigeerde, er moest nog ergens iets opgehaald worden.
Eindelijk, na de zoveelste bocht, zien wij Ravenstein aan de overzijde
van de rivier liggen. Een oud vestingstadje, wallen en grachten omvatten
een groep bomen en huizen, waar boven uit een alles overheerschende
molen en twee gelijke peperbusvormige witte torens steken.
- 14 -
't Is net een oud prentje, slechts de galg op de voorgrond met er aan
bengelende gestalten ontbreekt.
Over een kwartier vaart de laatste pont naar de Geldersche oever terug 1). In die korte spanne tijds moet ik zekerheid zien te krijgen waar de
familie zich bevindt. Door een hobbelig straatje draaf ik naar de
alwetende Orde Dienst, die gevestigd is op de Markt. In een huis met de
gevel van een paleisje en een ingang als van een schouwburg: een wit
marmeren hal met een paar meer dan levensgrote zwierige Barok-beelden.
De familie staat niet ingeschreven op de vluchtelingenlijst. Mogelijk
zijn ze in een van de dorpen verderop terecht gekomen, Demen of Dieden,
slechts een uurtje lopen nog ..... Na twee dagen van elk een twintig
kilometer in ongunstige omstandigheden was mij dit uur net te veel.
Met de laatste pont keerden wij terug naar Gelderland. Een koude wind
streek over de rivier en drong door de natte kleren heen. De veerman
wierp een blik op Joris en merkte op dat hij vanmorgen een wagen
overgezet had waarop een heer met grijs haar zat, met juist zo'n vreemd
soort hond op de knieën, 't waren vluchtelingen van Groesbeek. Een
andere man merkte op dat er om Groesbeek de laatste weken toch zoo
verschrikkelijk gevochten was.
De schemering daalde al op weg naar Wychen. Nu en dan klinkt een schot.
Plotseling knettert het afweergeschut aan alle kanten, vliegtuigen
zoemen, een vuurwerk gelijk stijgen zwermen rode lichtkogels op in de
donkere lucht. Een fietser jaagt voorbij alsof de Gestapo hem op de
hielen zit en roept: "Bergje, 't is hier niet veilig!" Ik laat
mij in de droge greppel naast de weg vallen en trek Joris mee, maar in
zijn dolle angst voor schieten werkt hij zich los uit zijn tuig en
ontsnapt bijna, net nog kan ik hem in zijn dikke vacht grijpen. Vlammen
schieten uit een vliegtuig dat brandend over Ravenstein heen strijkt en
valt. Een dreunende slag, rode gloed laait op.
- 15 -
Uit een grote boerderij treden schichtig te voorschijn twee kleine
jongens en een groter meisje met een trekwagen waarop een gevulde zak;
gejaagd om naar moeder terug te keren en tegelijk angstig zich op de weg
te begeven. Na de geruststellende verzekering dat het gevaar thans
voorbij is, draven wij samen in de snel vallende duisternis op de kapot
gereden berm van de weg, het hobbelende karretje achter ons, terwijl de
legerwagens in onafgebroken stroom rakelings langs ons scheren. Het
drietal vertelt ondertussen hoe zij met Moeder uit Nijmegen gevlucht
zijn en in Wychen onderdak hebben gevonden. Vader was in Duitschland, de
Moffen hadden hem opgepakt
Waarschijnlijk
is Tante Nel via de Graafse brug de Maas overgestoken. P.S.
|