| 44M - Vervolg dagverhaal |
blz 208 |
- 23 -
donker verloor, rechts aan 't einde puin, daglicht en naakte dakspanten
waar de regen langs naar binnen droop. De knecht liet hen in een grote
ouderwetsche kamer waarvan de hoge vensters grotendeels met planken
dichtgespijkerd waren; uit een gat in het plafond hing riet omlaag. Toch
was er een zekere vertrouwde sfeer in deze kamer, waar de bezoeksters
zich niet vreemd in gevoelden. Een vrolijke bos herfstbloemen, enige
goede schilderijen en tekeningen aan de wand en veel boeken. Het gezicht
van de omstreeks zestienjarige jongen op de divan straalde om de welkome
afleiding van dit bezoek. Boeken vormden al dadelijk een
gemeenschappelijk terrein van belangstelling. Met een armvol lectuur,
mitsgaders een nuchtere doch nuttige broodtrommel en de belofte van
spoedig terug te komen, vertrokken Moeder en Dochter.
Boeken, die uitkomst, die weldaad. De vlucht uit de troosteloze
werkelijkheid. Gezegende, bevrijdende Fantasie die voor een wijle
zorgen, ellenden en rampspoeden naar de achtergrond verdringt en in de
benauwend omklemmende muur van zwaarmoedigheid poorten opent. Poorten
naar gelukkiger tijden, vergezichten verkwikkend als een zonnestraal op
een hopeloos grauwe Novemberdag. Verkwikkend als de jubelkreet van de
merel in de winter die herinnert aan betere tijden.
Inderhaast was een gaarkeuken ingericht om een warme maaltijd te
verschaffen aan de talloze vluchtelingen. Op het middaguur trok Ineke er
heen met een emmer. Een paar dames schepten het voedsel uit de grote
ketels op, driekwart liter voor iedere mond. Tussen de vele hongerige
etensklanten trok het tengere figuurtje in de leren jas hun aandacht.
Zij namen haar terzijde en vroegen haar 's middags bij hen aan huis te
komen om nader kennis te maken. Zo werden al aanstonds
vriendschapsbanden aangeknoopt.
Ook de noodgedwongen gastheer en gastvrouw betoonden zich op hunne wijze
tegemoetkomend. Een zonderling ongelijksoortig paar mensen was het. Zij,
het luchthartige, behaagzieke vrouwtje van de Maaskant en hij, de
intelligente wat stugge man van het Noorden.
- 24 -
Een typische Groninger, schoon niet naar gestalte, want hij was klein.
Un nerveux zouden de Fransen hem betitelen, wat niet met zenuwachtig
maar met pittig vertaald moet worden. Mager, een scherp gesneden gelaat,
bekroond door een hoge donkerblonde kuif. Hij was geboren als zoon van
een van die legendarisch rijke Groninger boeren, koningen op hun
uitgestrekte landerijen. Voor vermogende Groninger boerenzoons staat de
gehele wereld open, zij kunnen de weg kiezen die hun hart begeert, met
geld immers kan iedere studie of opleiding die zij nodig hebben om hun
doel te bereiken, bekostigd worden. Doch toen hij na de H.B.S. afgelopen
te hebben, aan verdere studie zou beginnen, kwam de grote teleurstelling
die hij nooit geheel had weten te verkroppen. Zoals destijds in
Groningen gebruikelijk was, had de vader borg gestaan voor een vriend of
buur. En deze had gefaald. De kapitale boerderij moest verkocht worden,
vader stierf en moeder bleef met juist voldoende om te leven achter. In
plaats van een warm nest bereid te vinden, dienden de kinderen hun eigen
weg te banen. Br. had een tijdlang ergens in Frankrijk op de boerderij
van een kasteel gewerkt en daarna was hij in eigen land opzichter
geworden bij de werken ter verbetering van de Maas. In een van de kleine
plaatsjes aan de rivier had hij zijn vrouw gevonden. Wie haar opgekleed
zag, begreep dat een man zijn hart aan haar kon verliezen. Met
bekoorlijke donkere ogen, fleurig en knap zag zij er uit in haar
aardige, eigengemaakte japonnetjes. Doch het huishouden met de vier
ongezeggelijke, voortdurend ruzie makende kinderen ging haar volkomen
over het hoofd. Merkwaardigerwijze verliep alles in de meest volmaakte
rust en orde wanneer de moeder een dag uit naaien was en de vader op de
kinderen paste. Dan werd er geen onvertogen woord gehoord.
's Avonds als de kinderen naar bed gebracht waren, kwamen allen bijeen
in de kleine keuken waar nog wat warmte van het fornuis hing. Dan begon
Br. te vertellen van zijn jeugd in het rijke Groninger land, van zijn
bevindingen in Frankrijk, van de verbeteringswerken aan de
- 25 -
Maas. Br. had in de wereld zijn ogen gebruikt, hij kon op zijn
eigenaardige, nuchtere wijze goed vertellen en bezat de droge humor der
Noorderlingen. Vader zowel als Moeder stelden belang in de
|