Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 4 - 8 oktober 1944
jongens reageerden hun ondervindingen af door ze na te
spelen. Hoe volmaakt konden zij het fluiten van kogels, het huilen van
granaten of het gieren van een neergeschoten vliegtuig nadoen.
Gelukkig de jeugd die nog uit alles het spel weet te halen. Ondertussen
had ik nog geen ander kwartier gevonden. Bij geluk stelde de meesteres
van het Posthuis haar komst enige dagen uit vanwege het onstuimige weer,
daar zij met de kinderen de Maas niet durfde over te steken. Dit
verschafte mij enige speling. Die avond betrok ik de ene grote
slaapkamer en strekte mijn leden met wellust uit in een gewoon formaat
bed. De oudjes van beneden hadden er geen gebruik van willen maken, zij
durfden het halsbrekende trapje niet op. De
dagen die thans volgden, ach waarom de herinnering er aan opgeroepen?
Zij behoorden tot de ellendigste van allen. De
arme Hoefnagels was te ziek voor verdere bijstand, toch gaf hij zich nog
de moeite mij naar Ravensteins secretarie te verwijzen. Deze noemde de
bakenmeester, op mijn wederwoord
dat zijn huis onbewoonbaar
- 36 - en de familie zelf naar de overwal vertrokken was,
raadde hij mij aan: "Probeer 't toch maar eens, hij is immers ook
Protestant. En lukt 't niet, kom dan maar terug. Vooral niet op eigen
gelegenheid gaan zoeken." Na
ten overvloede de deerlijk gehavende en dicht getimmerde woning nog eens
in ogenschouw te hebben genomen, nam ik het besluit mij niet verder aan
's secretaris waarschuwing te storen en mijn eigen weg te gaan. Jan van
den Dominee en de trouwe Philip gaven verscheiden adressen op en met hun
aanbeveling stond men mij overal vriendelijk te woord. Doch helaas, al
de aangewezen huizen waren danig verhavend; de daken zonder pannen een
de ramen zonder ruiten, men kon er waarlijk niemand in opnemen. In
wijder omtrek strekte de speurtocht zich uit, ook naar de omgeving van
het stadje. De wegen waren bedekt met slijk en plassen water, van de
ochtend tot de avond regende het. Klamme vochtigheid drong door 't dunne
sportjasje heen, de reeds op de vlucht stukgelopen schoenen waren
doorweekt van modder. Een nog steeds niet overwonnen verkoudheid maakte
dubbel gevoelig voor al deze ongemakken. Nu
leerde ik de slechte roep kennen die de naam Groesbeek in wijde omtrek
omgeeft. De ene vrouw smeet de deur haastig dicht zodra zij de woorden
"vluchteling uit Groesbeek" vernam, een ander mat mij met
misprijzende blik van top tot teen, waarop haar oordeel luidde :
"Als we U in huis nemen, weten we niet wat we binnen halen."
Twee dagen later lag de boerderij van deze laatste vrouw vol soldaten.
Hierbij wist zij inderdaad wel wat zij in huis kreeg: chocolade,
sigaretten, blikken levensmiddelen, kleren voor het gezin en nog vele
andere begeerlijke zaken. Moeder
trok de stoute schoenen aan en ging voor mij onderdak vragen bij het
grote, weinig beschadigde huis van een der notabelen. De
maatschappelijke ladder in Ravenstein telt een groot aantal sporten. Dit
gezin stond wel niet op de hoogste trede, maar was in ieder geval ver
boven het vulgus verheven.
- 36a - In
deze ruime patricierswoning had men geen plaats over voor een enkele
vluchteling en bovendien, Mevrouw was ziek en een vreemde in huis zou
haar veel te druk zijn. Toch zouden slechts enkele dagen later enige
Engelse officieren met open armen ontvangen worden en de gehele familie
zou zich alle denkbare moeite getroosten om het de bevrijders zo
aangenaam mogelijk te maken. De verrukking over de gulle gasten taande
evenwel toen de huisvrouw bemerkte dat haar heldere keuken door de
walmende benzinebranders van de oppassers met een roetzwarte vette
aanslag overtogen werd. Militairen werden algemeen verkozen boven de berooide vluchtelingen. Militairen deelden van hun overvloed uit, vluchtelingen zou men misschien zelfs wel eens wat toe behoren te stoppen. En daarbij, wie kende die vreemde mensen, wie wist wat zij mogelijk op hun kerfstok hadden? Een zekere boer uit het land van Ravenstein zeide het ronduit tegen een Groesbeekse vluchteling: "Ge zult het er wel naar gemaakt hebben dat ge daar in Groesbeek zo zwaar gestraft bent."
|