| 44O - Vervolg dagverhaal |
blz 231 |
bijna door hen gefusilleerd daar hij, en niet ten onrechte, verdacht
werd handlangerdiensten aan de Geallieerden te hebben bewezen.
Met een grote koffer vol kleren waren zij op een wagen gevlucht naar een
collega die aan de Waal in een dorpje stond. Deze ontving hen
liefderijk, doch dit toevluchtsoord bood slechts
- 69 -
voor kort een zeer betrekkelijke veiligheid. Weer verder, de Maas over.
Zo waren zij tenslotte hier beland, zonder koffer, zonder enige andere
bezitting dan wat zij aan 't lijf droegen. Zodat ook in dit gezin de
kinderen in bed gestopt moesten worden als de moeder hun ondergoed
waste. Dit horende dachten wij aan het Raven-goed, zou dat hier
misschien ook van pas komen?
Wij maakten een pakje van het belachelijke ondergoed met nog enige
andere bijeen gebedelde stukken en sloten er een verklarend briefje in
met de bedoeling om dit de eerstvolgende keer op de boerderij achter te
laten. Natuurlijk mislukte deze opzet grandioos. Wij liepen Mevrouw zelf
tegen 't lijf en konden niets anders doen dan haar 't pakje persoonlijk
overhandigen, met mondelinge gewild luchtige verontschuldigingen voor de
zonderlinge inhoud. Verrast en nieuwsgierig had zij 't al open gemaakt
nog voordat wij kans zagen te verdwijnen. Zij zeide niets, zij lachte
niet om het zotte goed; toch vertrok haar gezicht en opeens stroomden de
tranen over de wangen van de vrouw die zich tot nog toe zo flink
gehouden had. Hakkelend kwam het er uit: "Dat goed, 't is een
redding, een Godsgeschenk! O, en dat er nog mensen bestaan, totaal
onbekenden zelfs, die ons helpen willen in de nood en ik begon daaraan
te vertwijfelen. Alles lijkt soms zo zwart en hopeloos, maar dit geeft
weer moed, 't is toch altijd nog waar dat er hulp verschijnt als de nood
het hoogste is."
[Maandag] 23 October.
In de afgelopen nacht werden wij om twee uur gewekt door een hevig
bombardement op den Bosch. Om half zeven in de morgen ging het over in
de welbekende roffel van trommelvuur. Ons ganse hart is bij de arme
mensen die thans hunne bevrijding ondergaan. Het beeld van de stad rijst
voor het geestesoog op: in het vlakke land de huizenmassa waarboven de
machtige Sint Jan als een schip schijnt te drijven. En de pijnigende
fantasie tekent af wat het verstand als waarschijnlijkheid
veronderstelt: het prachtige bouwwerk, de schoonste
- 70 -
kerk uit de Middeleeuwen die in de Nederlanden te vinden is,
verbrokkelend en verpulverend onder het geweld van meedogenloze
granaten. Later op den morgen vermindert de hevigheid van het vuren om
in den namiddag opnieuw toe te nemen.
Daar het vandaag gunstig weer is en bij uitzondering de zon schijnt,
besluiten Moeder en ik in den namiddag naar Leur te gaan en voorzien ons
hiertoe 's morgens bij de O.D. van een vergunning voor 't oversteken van
de Maas.
De wegen in 't Gelderse zijn zo mogelijk nog modderiger en nog meer
kapot gereden dan die in de omgeving van Ravenstein. Bij een bocht ligt
een zware legerwagen in de sloot gekanteld, een slachtoffer van de vette
glibberige klei. De weg is op die plek geheel afgekalfd, een gleuf van
een meter diepte gaapt in de stijve grond. Zelf moesten wij ook oppassen
om niet in een sloot te glijden; voorzichtig zetten wij onze voeten
neer, de ogen angstvallig naar beneden gericht, om af en toe stil te
staan en rondom te schouwen. Ons mooie Gelderland! Na het eentonige,
kale landschap van de Beerse Maas is het een verkwikking weer in een
streek te vertoeven met oude bomen, statige bossen en kastelen. De zon
doet de tinten vrolijk oplichten, alle schallende herfstkleuren in het
loof van eiken, peppels, berken en tamme kastanjes. Zo het lot ons
gunstig geweest ware zo zouden ook wij in het Gelderse land van Maas en
Waal gebleven zijn. En wij benijden de fortuinlijke vluchtelingen die
terecht zijn gekomen in dit liefelijke oord. En dan zien wij op de
onbegaanbare weg een paar wandelaarsters naderen die ons voorkomen als
verschijningen uit een andere wereld, een wereld waarin men bridget en
danst en zich vermaakt. De kleding zo modieus als wij het in de
oorlogsjaren nauwelijks meer kenden, fijne hooggehakte schoentjes - bij
die modder - en een feilloze make-up. Dit Engelse woord kennen zij
natuurlijk als mensen van beschaving, het
|