| 44Q - Vervolg dagverhaal |
blz 255 |
pannen en heiligenprenten aan de muur. Op de zwart en witte plavuizen
een paar spelende kinderen en een hond als onontbeerlijke stoffering. In
de zorg bij den haard een breiend grootje dat goedkeurend knikte toen
haar dochter mij een kop dampende koffie voorzette. Paul kreeg zijn
zakken vol appels gestopt.
Enkele maanden later ontplofte een vliegende bom bij dit huis en
verwoestte het volkomen.
Er is een Groesbekertje geboren in ballingschap. Wij gaan de moeder
opzoeken in het klooster waar zij zolang verzorgd wordt en bewonderen
het kindje dat onbewust van strijd en verbanning zo rustig slaapt alsof
het in eigen ouderlijk huis lag.
De Sinterklaasdag nadert en Paultje heeft al eens gevraagd of de Sint
ons hier wel zou kunnen vinden. Wat dit betreft stellen wij hem gerust,
Sint weet immers alles. Evenwel bereiden wij hem voor dat Sint misschien
geen speelgoed zal geven nu er zoveel kindertjes zijn die nodig warme
kleertjes moeten hebben. Paultje verwerkt dat met een ernstig gezicht
- 114 -
en overweegt dan: "Ik zal Sinterklaas dus maar niets nieuws vragen
maar weet je wat ik wou? Dat hij mijn meccano meebracht uit
Groesbeek!"
Zijn meccano, zijn meest geliefde speelgoed, hij had dat grootste
verlangen als een dappere kerel in stilte gedragen. Hoe graag zouden wij
hem verrast hebben met een stuk speelgoed, doch hoe er aan te komen?
Verder nadenken voerde hem tot de logische slotsom dat de soldaten
Sinterklaas misschien net zo min als andere mensen in ons dorp zouden
toelaten en dat de Sint dus deze wens helemaal niet zou kunnen
vervullen.
Op een avond stelde Ineke aan den kleine jongen voor om zijn klompje met
wat gras voor de Schimmel onder de schoorsteen te zetten. Gezamenlijk
zongen wij de oude liedjes en waarlijk, de Goedheiligman had het
gehoord, vanmorgen lag er een heel stuk Engelse chocolade in! Paultje
was verrukt over het geschenk en Ineke straalde niet minder.
Voor ons, hongerlijders betekende zo'n klein stukje chocolade een hele
schat. Hoe duidelijk herinner ik mij die eerste reep waarmee Ineke van
een dancing thuis kwam. Eerlijk werd hij in vijf gelijke brokjes
gebroken en uitgedeeld. Vader wilde het genot rekken en legde zijn
deeltje naast zich neer op de tafel, in plaats van het dadelijk te
savoureren. Schotje, die op zijn gewone plaats naast de Baas op een slip
van de reisdeken lag te slapen, kwam ineens onrustig snuivend overeind
en snapte in een oogwenk het begeerde stukje van de tafel weg! Bij het
verontwaardigde koor: "Maar Schotje, 't is van de Baas!" liet
hij het met tegenzin vallen en Vader, die zijn honden toch altijd de
lekkerste beetjes had gegund, stak het thans zonder aarzelen zelf in de
mond.
Woensdag 29 November.
Vandaag zijn wij niet minder dan drie malen naar de onrustbarend
wassende Maas gaan kijken. Paultje vindt die fel stromende, kolkende
stroom prachtig, hij voelt niet hoe beangstigend die overvloed van water
eigenlijk is. De rivier spoelt regen de dijk van de Gelderse oever aan,
de veerweg is overstroomd. Nu het veer niet meer vaart moeten de mannen
die aan de
- 115 -
wegen in Maas en Waal werken per bus over de Graafse brug naar de
overkant gebracht worden.
Al het materiaal voor de brug ligt op de uiterwaarden omspoeld door de
rivier. Soldaten met hoge laarzen aan ploeteren in water en modder om de
zware stukken hogerop in veiligheid te brengen. De voorspelling van de
Ravensteiners is uitgekomen en geen wonder, zij kennen de Maas.
Nog steeds komen vijandelijke vliegtuigen ons verontrusten. Deze laatste
dagen horen wij telkens ergens in 't Westen bommen ontploffen. Van
iemand die gisteren in die streek is geweest vernemen wij dat er bij
Berghem aan de grote weg naar den Bosch twee bommen gevallen zijn en
vijf in de buurt van de Maas, dicht bij een plaats waar munitie
opgestapeld ligt. In Oss voelen de mensen zich niet veilig meer en maken
zich ongerust daar er geruchten lopen over een aanstaande ontruiming van
die plaats.
|