| 44Q - Vervolg dagverhaal |
blz 254 |
mocht maken ook al kent men haar; dus negeerde hij mij. Bob die
geregeld bij Mevrouw B. kwam, voelde zich in een lastig parket gebracht:
groeten of niet-groeten, dat is de vraag, om een klassieke aanhaling
vrij te gebruiken. Hij zal wel een zucht vaan verlichting hebben
geslaakt toen ik de moeilijkheid oploste door het tweetal de rug toe te
keren.
Even later ging het tuinhekje weer open, het was vriend Theo die voor
Mevrouw B. wat brandhout verhakken zou. Theo zag mij worstelen met de
schop in een vergeefse poging om de stijve aarde tussen de planten los
te spitten. "Beroerde klei is 't hier" klonk zijn opmerking.
Er ontspon zich een gedachtenwisseling over de hoedanigheid van deze
klei, die ongetwijfeld buitengewoon vruchtbaar is doch van een zodanig
zware samenstelling dat een zekere landbouwdeskundige ze niet beter wist
te beschrijven als: een mengsel van beton en pek. Theo's oordeel luidde:
"Geef mij maar liever de goede losse tuinaarde bij ons om te
spitten en" voegde hij er vol trots aan toe "onze mooie tuin
om in te werken, daar heb je ook heel wat meer voldoening van dan van
dit kleine lapje."
"Ach Theo, laten wij ons daar niet op beroemen. Wie weet of er op
dit ogenblik nog wel iets over is van ons mooie Vogelsangh."
Theo keerde zich met een zucht om en ging verwoed hout hakken, net zo
verwoed als ik spitte, om de naargeestige gedachten te verdrijven.
- 112 -
Rob de onderduiker bekende later dat hij voor geen geld ter wereld op
klompen door Ravenstein zou willen lopen. De bewering: "Daar wordt
geen mens minder van, zo min als iemand er beter van wordt door op een
paar super-de-luxe schoenen rond te lopen" ging boven zijn
bevatting.
Nu geviel 't dat het die avond pijpestelen regende; de wegen dreven. 't
Werd tijd voor Bob om zijn kwartier op te zoeken. Met een bezorgde blik
inspecteerde hij schoenen die in niet al te beste staat waren. Mevrouw
B. stelde hem voor of hij de klompen van het dienstmeisje niet zou
aantrekken. Zo als zij er met een fijn glimlachje bij voegde: "Het
was toch zo donker, hij zou vast niemand tegen komen die 't kon
opmerken." En daar verdween Bob in de duisternis, de schoenen onder
zijn jas verborgen. 't Viel ons op zo wonderlijk gewend als hij liep op
het verachte schoeisel.
De electrische voorziening is niet volmaakt, of liever gezegd: zij
bezorgt ons telkens verrassingen. Bij hoge uitzondering is er wel eens
een hele avond stroom; gewoonlijk springt het licht op de meest
onverwachte ogenblikken aan of uit. Wij zorgen dan ook altijd lucifers
bij de hand te hebben en de petroleumlamp heeft zijn ereplaats op het
midden van de tafel behouden.
De fabrieken van Oss leveren sinds enige tijd stroom aan Ravenstein,
echter in zeer beperkte mate en van deze stroom moet nog een groot
gedeelte gebruikt worden om het broodgraan te malen. Elk huisgezin wordt
onherroepelijk afgesneden als een zeker maximum overschreden is. Die
ramp overkwam het huis waar Vader en Moeder woonden. Niemand begreep hoe
het mogelijk was, ieder had zich toch steeds beijverd zuinig met het
licht om te gaan. Na een paar weken bleek dat de meteropnemer een cijfer
verkeerd had gelezen! 't Was ons een pak van het hart. Ondertussen,
voordat die verlossende ontdekking gedaan werd moesten wij ons weer als
in de eerste tijd behelpen met een onnozel klein petroleum-
- 113 -
lampje. 't Ongeluk wilde dat thans het reeds lang gebarsten glas
bezweek. Ieder met deze soort verlichting bekend weet dat een lampeglas
even onmisbaar is voor de goede werking van de lamp als de petroleum
zelf.
In Ravenstein gold weer: "niks in de winkel"; in 't hele
stadje was geen glas te krijgen. Dan zouden Paul en ik op onze
dagelijkse wandelingen de dorpen in de omtrek maar eens nagaan. En
werkelijk, in Herpen bij de smid konden wij zelfs twee glazen kopen. De
hartelijke mensen noodden ons binnen: "Ge wilt zeker wel even
rusten na die lange wandeling."
Hoe duidelijk zie ik die Brabantse keuken nog voor mij, ze was als een
levend geworden schilderij van de Braekeleer. De machtige, een gehele
wand beslaande schouw waar op de riggel een prachtig gesneden
Mariabeeldje troonde tussen Chinees porceleinen borden, famille rose was
't. Oost en West naast elkander, in de volkomen harmonie van zuivere
kunst. Koperen potten en
|