| 44R - Vervolg dagverhaal |
blz 263 |
stof doch aandachtig kijkende valt er van voren een boer met koe, van
links een hond met bot en van rechts een kat met muis te onderscheiden.
Met onverflauwde belangstelling wordt keer op keer dat wonder beschouwd,
totdat het gerammel van een koekjestrommel de aandacht afleidt van de
kleine bezoekers.
De tochten langs slijkerige wegen, door het troosteloos kale landschap,
zij helpen de tijd te doden. Wandelingen die zich steeds verder gaan
uitstrekken nu er geen rekening meer gehouden behoeft te worden met de
beperkte krachten van Paultje en van Schotje. Ik mis de kleine, vrolijke
kameraad die overal opmerkenswaardigheden ontdekte en van alles uitleg
verlangde. En nauwelijks minder de vergenoegd meetrippelende honden, al
brachten zij mij soms in een lastig parket als zij kippen of katten niet
ongemoeid lieten of onenigheid kregen met een collega van een boerderij
die niet de wijze schuil-taktiek van zijn Ravensteinse soortgenoten
betrachtte. Zonder enige emotie, eenzaam en saai verlopen nu de
wandelingen.
- 130 -
't Duurde een paar weken aleer de Ravensteinse honden tot het besef
kwamen dat het geduchte tweetal Schotje en Joris 't stadje niet langer
onveilig maakten. Schuchter en schuw in 't eerst, waagden zij het
langzamerhand op straat te blijven ook al krijgen zij mij in 't oog. Na
verloop van tijd sloten wij zelfs vriendschap met elkaar; de
straatterriers begroetten mij kwispelend en lieten zich aanhalen, een
enkele begeleidde mij een eind weegs.
Het morgenloopje strekte zich meestal niet verder uit dan de Grote of
Kleine Doolhof. Een werkelijke doolhof zo als wij ons die voorstellen
was hier nooit geweest, doch van ouds werd deze naam gegeven aan de
lanen die buitenom vanaf de Landpoort naar den dijk leidden. Deze
eikenlanen vormden met mooi weer een geliefde Zondagswandeling voor de
burgers; het was hun een genoegen ter verpozing van hun wekelijkse
zorgen om hun woonplaats heen te dolen. De eenvoudige ontspanning van
voorbijgegane eeuwen die nog geen voetbalwedstrijden, bioscopen en
dergelijke vermakelijkheden kenden. Het uitzicht op Ravenstein behoorde
ook meer in die verre rustige tijden thuis dan in deze bewogen jaren van
de Tweede Wereldoorlog. Reeds aanstonds bij het eerste aanschouwen was
mij de gelijkenis met oude prenten van stadsgezichten opgevallen. De
voorgrond werd ingenomen door de brede vestinggracht die getrouwelijk
het bochtige beloop van wallen en bastions volgde. Tuinen en boomgaarden
van de gezeten burgers bedekten de stadswallen, koepels verschaften een
aangename blik over het water. De beide begraafplaatsen lagen eveneens
op de voormalige verdedigingswerken: de Katholieke een hof van wit
blinkende graftekens, de Protestantse onder hoge bomen op het eilandje
van een bastion, waar enkele grauwe zerken schuil gingen tussen de
dichte plantengroei. Omvat door deze omraming rees het stadssilhouet op:
de samengegroepte huizen waar boven uitstaken de twee uitheemse witte
torens van de Sinte Lucia en het scherpe spitsje der Protestantse kerk,
dat klein maar dapper de lucht in boort en alles overheersend de
machtige molen.
- 131 -
Bij iedere belichting, op elk uur van den dag ging er van dit beeld een
grote bekoring en rust uit.
Op den dijk gekomen werd den blik onwillekeurig van de stad af de andere
kant op getrokken. Hier geen dromerige stilte en spiegelend water, hier
is leven en beweging, hier is alles van eigen onrustige tijd. De snel
voorbij stromende rivier, de aan- en af rijdende legerwagens, de op
oevers en bruggen zwoegende mannen, het geknetter van geweerschoten, het
dreunend ontploffen van granaten. Op de uiterwaard worden dag aan dag
schietoefeningen gehouden waarbij de hoge spoordijk als kogelvanger
dient. Veldgeschut is opgesteld tegenover de kazematten die eenmaal de
spoorbrug hebben moeten verdedigen en poogt deze te vernietigen. Wat men
ook moge beweren over de slechte hoedanigheid van het voor onze
verdedigingswerken aangewende beton, deze kazematten waren van zulk
voortreffelijk materiaal gemaakt dat zij wekenlang weerstand boden aan
geregelde beschietingen van nauwelijks honderd meter afstand.
Achter dit alles strekte het verre land van Maas en Waal zich onbewogen
in een grijze damp uit.
|