| 44R - Vervolg dagverhaal |
blz 266 |
Hadden wij de eerste maanden van ons verblijf in Ravenstein de
ontmoedigende indruk alsof het Bevrijdingsoffensief tot een volkomen
stil-
- 136 -
stand was geraakt, als of de fronten onwrikbaar vastgelopen waren gelijk
in den vorigen oorlog; thans is er een ommekeer gekomen, thans wijzen
alle tekenen op actie, op de voorbereiding tot een groot offensief.
Op elke beschikbare plek: in tuinen en in boomgaarden, op de wallen en
op de Stadsbleek worden de halfronde gegolfd ijzeren Nissenhutten
opgetrokken, die tot onderdak van de soldaten moeten dienen. Dag aan dag
trekken transporten van troepen, munitie en voorraden door het stadje en
over de schipbrug die kort geleden gereed is gekomen.
Volgens de Ravensteiners werd de brug op een verkeerde plaats geslagen,
zij beweren dat de opritten veel te laag liggen. Daar onder aan de
veerweg staat 't immers dadelijk onder als het water gaat wassen en
wassen doet het vast in de nawinter wanneer de sneeuw in de Ardennen
gaat smelten. De Geallieerden zullen er niet veel plezier van beleven,
luidt de sombere voorspelling.
In alle geval doet de brug thans goede dienst als een noodzakelijke
verbindingsschakel in het verkeer naar het front. Ook is de brug van
groot gemak voor de mannen die aan de wegen in Maas en Waal werken. Nu
behoeven zij niet meer de omweg over Grave te maken of op de pont te
wachten. Vele van onze dorpsgenoten hebben zich voor de wegenverbetering
aangemeld. Het zware grondwerk schrikt hen niet af, zij worden flink
betaald en krijgen bovendien een voedzaam warm maal, stevige
soldatenkost die in de maag staat. Bruggers de Groninger die opzichter
is, zegt dat hij graag met Groesbekers werkt; zij zijn ijverig en met
een vrolijk woord, een grap gemakkelijk te regeren. In 't begin wordt er
wel geklaagd dat de kleren - dikwijls hun enige stel - zo te lijden
hebben in weer en wind; doch dit bezwaar verdwijnt als er voor de
luttele som van slechts vijf gulden een wel gedragen maar toch in
behoorlijke staat zijnde warme Engelse overjas en voor tien gulden een
paar waterdichte nieuwe schoenen verkrijgbaar worden gesteld.
- 137 -
Onrustbarende geruchten waren rond: de Duitsers zouden het voornemen
koesteren om het Land van Maas en Waal te laten onderlopen. Hoe
gemakkelijk is dat voornemen uit te voeren, slechts enkele op het juiste
punt van een dijk neergeworpen bommen zijn voldoende om de gehele streek
onder water te zetten. In dat geval kunnen de bewoners nergens anders
hun toevlucht zoeken dan aan den overkant in Brabant. Wanneer de
Ravensteiners nauwelijks de schrik over deze mogelijke invasie verwerkt
hebben, lekt er iets uit dat hen in een volledige paniekstemming brengt.
De Geallieerden overwegen om Nijmegen, Oss, Ravenstein en de ganse
omgeving te evacueren. Er moet ruimte zijn voor tienduizenden soldaten
en bovendien meent men door deze maatregel de onvindbare spionnen, die
iedere troepenbeweging aan den vijand doorgeven, kwijt te zullen raken.
De brave burgers zijn buiten zich zelf van wanhoop. Welk een ramp, welk
een onmenselijke eis: huis, inboedel, winkelvoorraad, alles te moeten
achterlaten. En wat zal men er van terugvinden?
"Waarschijnlijk net zo weinig als wij, hier zullen ze ook wel
lekker gaan plunderen" vermoeden de Groesbekers. Onbewogen, zonder
medegevoel horen zij het gejammer en het geweeklaag aan van de mensen
die tot nu toe op vluchtelingen neerzagen als waren het minderwaardige
wezens. De Groesbekers zijn niet vergeten dat deze zelfde lieden dolle
pret gehad hebben over verhalen van grappen uitgevoerd met kleren uit de
verlaten woningen in de vuurlinie, over soldaten met damesbontjassen en
hoeden, over geiten met boord en hoge hoed getooid. Deze zelfde lieden
hebben voor een zacht prijsje kledingstukken gekocht die z.g. uit
Duitsland afkomstig waren, hoewel er in de zakken lidmaatschapskaarten
van fanfaregezelschappen en andere verenigingen uit de Nederlandse
grensdorpen zaten. Een enkele vluchteling wrijft de inwoners onder de
neus: "Nu gaan jullie 't lekker ook eens ondervinden wat 't voor
ons geweest is; maar natuurlijk als 't je zelf overkomt is het een
onverdiende
|