| 44S - Vervolg dagverhaal |
blz 267 |
- 138 -
ramp en voor ons was 't een straf voor onze zonden, niet waar?"
Ondertussen bezwaart het vooruitzicht opnieuw verder te moeten trekken
ons vluchtelingen eveneens, al kan voor velen een verandering nauwelijks
een verslechtering betekenen. Mijn brave kostmensen verzekeren: "U
blijft natuurlijk bij ons, wij zullen wel ergens terecht komen waar wij
voor U kunnen zorgen." Dan zwerft Moeder van Tilborgs blik door de
heldere keuken rond, over alle voorwerpen die zij haar gehele
huwelijksleven gebruikt en verzorgd heeft, tranen wellen in haar ogen:
"'t Is toch wel hard om alles achter te moeten laten" en
vervolgens tegen mij: "Nu begrijp ik pas wat jullie hebt
doorgemaakt, och arm!"
Schra bromt een vermaning dat Moeder zich niet nodeloos ongerust moet
maken; als je alle geruchten wilde geloven die de ronde doen .....
Maar wanneer Frater Joachim een paar dagen later een van zijn
onverwachte bezoeken brengt, vernemen wij - kloosters zijn altijd van
alles op de hoogte - dat het gerucht gegrond was en wij ter nauwer nood
de dans ontsprongen zijn. Dat hebben wij te danken aan het overtuigende
pleidooi der Nederlandse overheid die de Geallieerden duidelijk wist te
maken dat een dergelijke verplaatsing een chaos ten gevolge zou hebben.
En inderdaad, een chaos kunnen de Geallieerden thans allerminst
gebruiken, de wegen zijn door het militaire vervoer reeds overbelast. De
grote verkeersweg dwars door Brabant houdt zich voortreffelijk doch alle
secondaire wegen zijn tot blubber gereden en moeten grondig hersteld
worden.
Het vervoer is sinds kort niet meer uitsluitend op de wegen aangewezen.
Er rijdt tegenwoordig af en toe een trein tot Ravenstein, getrokken door
een Belgische locomotief die een gebrul als een stoomboot uitstoot. Wij
zaten juist aan tafel te eten toen voor 't eerst het schorse geloei
weerklonk. Iedereen sprong op: "Een boot op de Maas?" klonk
- 139 -
het verbaasd; om die ongerijmde veronderstelling dadelijk weer te
verwerpen. De Maas was immers slechts voor een veertig- hoogstens een
vijftigtal kilometers in Geallieerde handen. De jongens draafden
natuurlijk dadelijk naar buiten om na verloop van tijd terug te keren
met de mededeling dat er een trein bij het rangeerterrein stond waar
troepen uitgeladen werden. Betuws vee zou als retourvracht meegaan.
De arme halfverhongerde koeien komen in grote troepen uit dat
Niemandsland aan en in afwachting van verder transport staan zij hier
ergens op een kaal weiland te kleumen en te verkommeren. Kudden schapen,
dik in hun grauwe wintervacht, worden op dijkhellingen en uiterwaarden
los gelaten en moeten daar wat voedsel zien bijeen te scharrelen.
De spoorbrug ligt nog steeds doormidden gebroken in de Maas. De
Engineers trachten wekenlang vergeefs om de zware stukken ijzerwerk uit
de rivier op te hijsen. Ravenstein kijkt zwijgend en zeer belangstellend
toe. Tenslotte zien de Geallieerden het vruchteloze van hun pogingen in
en op zekeren dag verschijnen er twee drijvende bokken met hijskranen
van de Nederlandse Ballast Maatschappij, die toevallig ergens in Brabant
lagen. Maar wat was toeval in een bezet land dat zich heimelijk voor
zijn bevrijding voorbereid had?
Weer ziet Ravenstein toe, met nog meer belangstelling dan te voren. De
lange uren van geduldig wachten op de winderige dijk worden beloond; wat
de Engelsen mislukte, volbrengen de Nederlanders schijnbaar zonder
moeite en in korten tijd. Nu doen de toeschouwers hun mond open en
stellen vast: "Zo zie je al weer, als 't met water te maken heeft
kunnen ze 't toch maar niet klaarspelen zonder ons!" En zij
koesteren een trots gevoel alsof zij zelf dat lastige karwei opgeknapt
hebben.
Zondag 17 December.
Enkele dagen geleden is Ds van R. met zijn gezin in de Pastorie
getrokken; na kerktijd ga ik hen begroeten in de nieuwe
|