| 44S - Vervolg dagverhaal |
blz 271 |
Een der eerste dagen dat de Vluchteling er in de kost kwam, heeft zij
zich op verzoek van Moeder van Tilborg laten wegen op de varkenswaag,
die in het grote pakhuis van de Boerenbond staat. Als zij na veertien
dagen weer op de weegschaal stapt, zegt de knecht: "Nou, U heeft
zeker ook een beter kosthuis gevonden, U bent ponden aangekomen!"
De gehele familie verneemt het met grote voldoening en vol rechtmatige
trots vertelt Moeder van Tilborg 't aan ieder die het horen wil. Alsof
't een van haar gemeste varkens betrof.
's Zondags, en Maandags de kliekendag van het altijd overvloedige
Zondagse maal, werd er gegeten "zo als de grote lui", n.l. een
krachtige soep, vlees, groente en aardappelen en een nagerecht bestaande
uit vla met ingemaakte vruchten, perziken, abrikozen of peren uit de
eigen boomgaard.
Aan tafelgesprekken deed men daar weinig; eten is een ernstige bezigheid
die de volle aandacht van een mens vraagt. Vader en de jongens gingen
aanstonds na afloop weer aan 't werk, doch wij vrouwen bleven nog wat
zitten nababbelen. Dan kwam Moeder van Tilborg op haar praatstoel en
vertelde. Zij vertelde voortreffelijk, in de eigenaardige streektaal die
in dat oude stadje bewaard was gebleven. Lange verhalen, uit vroeger en
later tijden, gehele familieromans, zo dat de Vluchteling langzamerhand
op de hoogte geraakte met de geschiedenis van ieder huis en van elk
gezin. Hoe gemakkelijk hadden deze verhalen in een chronique scandaleuze
kunnen ontaarden, doch het milde oordeel en het menselijk medegevoel van
Moeder
- 147 -
van Tilborg wisten deze klip onbewust te vermijden. Alsof zij het Franse
gezegde: "Tout savoir c'est tout comprendre" kende, zo
trachtte zij immer een verklaring, een verontschuldiging voor de
menigmaal zonderlinge handelingen van de bewoners van dat kleine
achteraf stadje te vinden.
Gelijk reeds vermeld was Vader van Tilborg slager in ruste. Dat in ruste
kan gevoeglijk nagelaten worden, de man had het overdruk met
huisslachtingen en daarbij nog met het roken van hammen en worsten. In
dat oude huis bevond zich een z.g. rookkamer, een klein vertrek voor 't
grootste deel ingenomen door een schouw waarin dag en nacht "spaon"
te smeulen lag om de daar opgehangen vleeswaren het proces van roken te
doen ondergaan. De "spaon" bestond uit afval van het peppelen-
en wilgenhout der klompenmakers. Nu wilde 't ongeluk dat in deze laatste
oorlogswinter toen iedereen varkens hield en slachtte voor eigen gebruik
en iedereen liet roken, spaon vrijwel niet te krijgen was daar de mensen
er fel op waren ter aanvulling van de schaarse huisbrandstof. De zoon
Harrie, de bakker die voor die winter zijn ambacht er aan gegeven had om
thuis te helpen, moest menigmaal een gehele dag rondfietsen langs alle
klompenmakers in de omtrek, voordat hij er in slaagde een enkele zak van
de zo zeer begeerde "spaon" te veroveren. En hoeveel was er
niet van nodig! In de schuur hingen menigmaal de hammen en worsten en
zijden spek van zeven grote varkens te wachten op de bewerking in het
rookhok. Een schouwspel van overvloed de oude Vlaamse schilders waardig.
Een tot leven gekomen schilderij van Breughel was 't wanneer het vlees
gebracht of gehaald werd. Meestal waren clandestiene varkens de
vleesleveranciers geweest, om die reden werd de zak bij donkere avond
afgehandeld. Er klonk dan een geheimzinnige zachte klop op de huisdeur
of soms op de achterdeur, er werd een lantaarn aangestoken en bij 't
vage schijnsel traden een paar mannen binnen, een met zakken toegedekte
ladder als berrie torsend, de hoeden ver over de ogen getrokken om op
straat
- 148 -
niet herkend te worden.
Eenmaal veilig in de schuur kwamen van onder het dek van jute zakken
geweldige rozerode en witte hammen met bruin zwoordomhulsel, grote
zijden blank spek en slingers worsten te voorschijn; die bij de reeds
aanwezige voorraad aan de spekhaken opgehangen werden.
Door deze schuur namen de soldaten die bij ons de avond doorbrachten bij
voorkeur hun weg om van het Parochiehuis naar onze keuken te komen, het
was n.l. de kortste verbinding. Met verwondering beschouwden zij deze
overvloed van vlees; dit schouwspel was weinig in overeenstemming met de
ontroerende verhalen die hun propaganda ophing over nijpende honger en
hartverscheurend gebrek in het arme Holland. En daar een Engelsman even
critisch aangelegd is als een Hollander, deed dit gezicht de soldaten
voor de zoveelste maal twijfelen aan de waarheid van wat hun propaganda
verkondigde.
|