| 44S - Vervolg dagverhaal |
blz 275 |
- in hoeveel jaren hadden wij deze heerlijke vrucht niet meer
genoten? - en verder chocoladerepen voor de meisjes en sigaretten voor
de jongens. Wij vermoeden dat hij zijn eigen feestrantsoen aan ons
opoffert en willen hem toch niet teleurstellen door te weigeren wat zo
gulhartig aangeboden wordt.
Tevoren hadden de soldaten ons op de hoogte gebracht van de traktatie
die hen met Kerstmis te wachten stond. Volop sigaretten, snoeperij en
oranges en een feestmaal waarbij zelfs kalkoen, het eten der rijken,
niet ontbreken zou. Een paar dagen geleden hadden wij uit een truck
enorme blikken zien uitladen, grote letters vermeldden dat er stuffed
turkey in zat en ten overvloede prijkte het portret van een pracht van
een kalkoen er op.
Achteraf zijn onze vrienden er minder over te spreken; de blikken bleken
van de begeerlijke vogel enkel de gehaktvulling te bevatten.
't Is een vreemde Kerstmis, dit feest van Vrede op Aarde in volle
oorlog. Er hangt een spanning, de atmosfeer is geladen. De wachtposten
zijn overal verdubbeld, ook op onze Plaats; sterke patrouilles doen de
ronde.
- 155 -
De radio, de kranten melden heftige aanvallen van de Duitsers in de
Ardennen; de vijand dringt met onverwachte kracht op naar de Maas.
Onze militaire vrienden zijn stil en gedrukt en er gaan ongewoon veel
sigaretten in rook op. Wij voelen dat zij er meer van weten en vermoeden
dat zij niet mogen spreken. Hoogstens ontglipt hen tegen Miss Groesbeek
een: "It is rather bad down there" of zij foeteren op
"the clerc of the weather" die volgens hen altijd met de
Duitsers en tegen ons is en staven deze bewering met op te sommen hoe
vele malen het weer in 't voordeel van de Moffen en in hun nadeel is
geweest. Nu deze winter opnieuw met de eeuwige regen en mist die de
voorbereiding van het offensief in de Ardennen gecamoufleerd heeft.
Volgens boze geruchten zijn de Duitsers de Maas bereids overgestoken en
zouden zij Brussel gaan bedreigen. Brussel, en daarna Antwerpen, de
onmisbare aanvoerhaven voor de Geallieerden aan het Noordelijk front.
Angstige zielen hechten onvoorwaardelijk geloof aan al deze
onrustbarende berichten; een paniekstemming krijgt hen te pakken, zij
zien de zaak van de Geallieerden, zien onze vrijheid reeds reddeloos
verloren. Rustig oordelende lieden maken zich eveneens bezorgd over deze
onverwachte aanval van een vijand die meen geheel in de verdediging
teruggedrongen waande. Kaarten worden bestudeerd en men stelt vast dat
de breedte van de bevrijde strook tussen de Belgische Maas in de
Ardennen en de Bergse Maas in Nederland, tussen Dinant en
Geertruidenberg, niet meer bedraagt dan een 150 Kilometer. En wat
betekenen nog geen honderd mijlen voor een in het elan van de
overwinning onweerstaanbaar opdringende legermacht?
Enkelen, en daar behoort mijn persoon bij, laten zich nergens door
verontrusten en behouden ongeschokt hun rotsvaste vertrouwen in de
uiteindelijke overwinning der Geallieerden. Het vertrouwen dat hen
- 156 -
door alle oorlogsjaren heen nimmer in de steek gelaten, dat hen staande
heeft gehouden, tegenslagen en beproevingen ten spijt. Het kinderlijk
vertrouwen dat, gelijk die oude Drentse boer het uitdrukte:
"Onrecht nooit blijvend kan zegevieren."
Een dreiging hing in de lucht, wij voelden het en toch wisten wij weinig
hoe groot het gevaar in werkelijkheid was. In die Decemberdagen heeft de
zaak van onze vrijheid aan een zijden draad gehangen.
Later zouden Vader en Moeder ons verhalen hoe teleurgesteld de in Breda
gelegerde Polen waren toen de verloven plotseling kort voor Kerstmis
ingetrokken werden. Zij hadden zich uitermate verheugd op het
vooruitzicht van gezellige feestdagen in de huiselijke kring bij de
families die de Bevrijders van hun stad zo hartelijk ontvingen; of op
een evenmin te versmaden verblijf in Brussel, de stad van plezier. En
nu, in plaats van vrolijkheid en warmte tegemoet te gaan, werden zij
gezonden naar de eenzame, ijzige vlakten rondom Geertruidenberg.
|