| 44S - Vervolg dagverhaal |
blz 276 |
Toen kwam die nacht vóór Kerstmis, een nacht waarin iedereen in
Breda uit de slaap gehouden werd door het donderen van de vuurmonden. De
voortdurende roffel, het trommelvuur, de Groesbekers maar al te goed
bekend. Uren lang, de ganse nacht lagen zij te luisteren. Vader
herhaalde telkens tegen Moeder: "Maak je niet ongerust, het is van
ons af en niet naar ons toe, het zijn de Geallieerden die vuren."
Inderdaad waren het de Geallieerden. Zij brachten Napoleons strategische
raad in toepassing: "La meilleure défense est l'attaque."
Dank zij de dappere Jan de Rooy die ten koste van zijn leven de
Geallieerden intijds van de plannen van de Duitsers op de hoogte had
gebracht, waren zij de Duitsers voor geweest en sloegen de aanval op
Brabant af.
In vereniging met het Ardennen-offensief had deze aanval moeten werken
als een tang die de kop van de Geallieerde legers afkneep.
- 157 -
De enorme voorraden aan munitie en verder krijgssmateriaal die den
vijand hiermede in handen zouden zijn gevallen, de bekwame troepen met
ervaring van vele fronten, en misschien nog het belangrijkste punt:
tijdwinst in de wedloop naar de voltooiing van de atoombom. De atoombom
die de macht zou verschaffen om door dit alles vernietigende wapen de
worsteling van al die jaren ten voordele van de ene partij te beslissen.
1)
Op Tweede Kerstdag 2) komt Sidney vaarwel zeggen; zijn regiment heeft
plotseling bevel gekregen naar elders te vertrekken. Wij kunnen niet
wennen aan dat ellendige afscheid nemen, net zo min als de jongens zelf.
Ook Roy de Canadees gaat ons onverwacht verlaten. Ons Royke, gelijk deze
Brabantse familie de vrolijke jongen dadelijk betiteld had, als ware hij
een lid van hun gezin. Hoewel Roy in kwartier in een dorpje aan de
overzijde van de Maas lag, was hij toch van het begin af aan, sedert die
avond dat Jack en Frank hem eens meegenomen hadden, een getrouwe gast
geweest. Dat wil zeggen: bij tussenpozen. Soms zagen wij hem een tijdje
niet, dan wisten wij dat zijn afdeling weer eens naar het front gezonden
was ter aflossing van andere troepen. Maar altijd dook hij naar een paar
weken weer op.
"Ha, die Royke! Nu zullen wij pret hebben!" werd er geroepen
als het donkere hoofd met de ondeugend tintelende ogen om de hoek van de
deur verscheen. Dan haalde hij met de jongens honderd grappen uit; ook
kon hij de meisjes zo leuk plagen dat wij er allen schik mee hadden, de
wanden van de keuken daverden menigmaal van het lachen. Vooral op de
knappe Stien, de vriendin van de meisjes, had hij het gemunt en Stien,
gevat als zij was, wist in haar onbeholpen Engels toch altijd een
antwoord te vinden waarmee zij hem versloeg en Royke zelf had daar de
grootste pret om.
- 158 -
Dat waren vrolijke, onbezorgde avonden. De oorlog en al zijn misère was
naar de achtergrond verdrongen, tenminste zo lang niet het geratel van
een vliegende bom ons er aan herinnerde. Dood en verderf boven onze
hoofden, wij luisterden gespannen of hij niet afsloeg en neerkwam. Het
praten en lachen stokte totdat het gerommel in de verte verdween, dan
wordt de draad weer opgevat en 't was meestal Royke die de boel opnieuw
aan de gang bracht.
En toch ..... Was het verbeelding dat Roy stil aan veranderde, dat er
iedere maal dat hij van het front terugkeerde een stuk van zijn
vrolijkheid afgevallen is? Hij schroeft zich nog wel op tot
uitbundigheid doch 't is niet meer het ware.
Later
is bekend geworden dat de Duitsers nog lang niet zover waren met hun
atoomonderzoek.P.S.
Of
dit was op Eerste Kerstdag, òf de datum 26 dec op vel 277, blad 104
staat daar onjuist. P.S.
|