| 45A - Terugkeer Vervolg |
blz 286 |
"Ik heb de moeder hier gevraagd U te weerhouden terug te keeren
naar Groesbeek, 't is een tè ellendig gezicht."
De arme kerel bekent hoe hij tegen de volgende dagen opziet, er wordt
een hevige tegenstand aan de Rijn verwacht. Ze hebben de rivier in de
verte zien liggen en hij vraagt hoeveel breeder die wel is als de Maas.
Twee dagen later, op Vrijdag 23 Maart meldt de radio dat de Geallieerde
troepen zonder moeite de Rijn bij Wesel overgestoken zijn. Wij vragen
ons af of onze verschillende vrienden nog in leven zijn. Den
daaropvolgenden avond komt Frank weer, uitbundig door ons begroet en
zelf haast buiten adem van geluk over de goede afloop. "We hebben
niemand verloren, 't is een wonder" herhaalt hij telkens en telkens
weer. En dan vertelt hij hoe ze optrokken, hoe de Bailey-brug in een
ongeloofelijk korten tijd door de genie over de rivier, de breede Rijn
werd geschoven. Verontrust dat er van Duitsche zijde heelemaal niet
geschoten werd, zagen zij hier een valstrik in, zij waren Goch niet
vergeten, en verwachtten een moorddadig vuur op de brug of tenminste
hevige tegenstand aan den overkant. Niets van dit alles, ongestoord werd
de rechter oever bezet en verbaasd herhaalt hij nogmaals: "No one
lost!"
Zondag kwam "baby" Winnard afscheid nemen, zijn blozende
kindergezicht vertrokken alsof hij zoo dadelijk in huilen zou uitbarsten
maar toch bij het uitgaan van de deur manmoedig roepend: "I go, I
come back", zijn gewone zinnetje als hij ontelbare malen op een dag
onze keuken in en uit draafde, meestal de een of andere goede gave
brengend uit de soldatenkeuken waar hij helper was.
's Nachts wordt een Duitsch vliegtuig neergeschoten; 't nijdige gekef
van de afweerbatterijen gevolgd door een doffe plof, wat zelfs hen
wakker maakt die door het geraas der als sneltreinen rommelende
vliegende bommen heen slapen. Schra, die deel uitmaakt van de brugwacht,
rapporteert ons iederen morgen het aantal dat over is gekomen. Wij
bereiken het hoogtepunt met 480 in drie nachten. Angstige menschen
bederven hun gezondheid en hun zenuwen door nacht aan nacht in de kelder
door te brengen. Ons huishouden neemt het gelukkig kalm op, al bekent de
Moeder toch heus bang voor die dingen te zijn en het best te willen
weten. Haar man krijgt af en toe een standje dat hij door alles heen
slaapt
{Rest ontbreekt.}
{Nadat ik deze dagboeken had omgewerkt naar WORD en opnieuw had
uitgeprint, vond ik in de papieren van mijn moeder nog een enveloppe van
het NED. ROODE KRUIS met daarin een korte brief van Grootje aan Tante
Nel en het antwoord daarop. Die heb ik gekopieerd en hierna zonder
bladnummers tussengevoegd. Grootje heeft zich in het jaartal vergist.}
Voor meer informatie over over de enveloppe met daarin een
korte brief van Grootje aan Tante Nel kunt op http://www.vvv-groesbeek.info/dozydocumenten.htm
klikken
|