44F Dagverhaal Vervolg |
blz 155 |
Binnentredende klonk uit de onderwereld de wèlbekende zware stem met
vrijwel dezelfde bewoordingen waarmede de patienten uit de wachtkamer naar de
spreekkamer werden geroepen: "Wie is daar? Kom maar beneden!" Een
hoekje van de grote kelder was met enige gemakkelijke stoelen, een tafel en
nog enkele andere dingen voor woonkamer ingericht; de familie zat er bij het
licht van een dikke kaars. Granaten gierden over het huis heen;
angstwekkender, hoe vreemd het ook klinken moge, in deze betrekkelijke
veiligheid dan buiten in de vrije lucht. De ontploffingen ontlokten de dochter
van de Dokter de wel zeer letterlijk juiste opmerking dat 't levensgevaarlijk
was om er nu door te gaan en haar vader bromde: "Blijf gerust nog maar
wat hier, je zit ons niet in de weg."
Dus geduldig afgewacht om op een gunstig ogenblik de korte afstand
- 33 -
naar Vogelsangh met snelle schreden af te leggen. Thuis had men zich over het
lange uitblijven ongerust gemaakt, wat geen wonder was want de klok wees acht
uur. In de kelder - de granaten huilden en bonkten opnieuw door de lucht - het
voor mij bewaarde bord hutspot opgegeten, 't was welkom aan een hongerige
maag.
In de loop van deze dag zijn de Duitsers weer vanuit het Wald opgetrokken naar
de Bruuk en naar Wyler doch de Geallieerden hebben hen kunnen terugdrijven. De
bewoners van het lage gedeelte komen al meer en meer naar het dorp vluchten,
waar zij veiligheid menen te vinden. Een veiligheid die zeer betrekkelijk is,
dagelijks worden woningen en mensen getroffen. Dicht bij ons in de buurt vond
de oude petroleumman G. de dood terwijl hij even vanuit de schuilkelder in de
hof naar huis liep om iets te halen. Het achter de katholieke kerk gelegen
huis van de tuinjongen T. is getroffen, zijn vader en zuster kwamen hierbij
om. De broeder van T. werd enige dagen geleden dood gevonden op de deel van
een boerderij op de Lubert waar hij melk wilde halen. 't Schijnt wel alsof
bepaalde gezinnen onder de doem van het noodlot staan: een andere zuster werd
het slachtoffer van het bombardement van Nijmegen in '42.
Om tien uur 's avonds klonk een verwoed blaffen van de vijandelijke
batterijen. Het vuur was op de Wolfsberg gericht, op het kamp waarin de
Duitsers zeker veronderstellen dat de Amerikanen gelegerd zijn, doch in
werkelijkheid zijn de Nsbeërs en de Duitse krijgsgevangenen er in opgesloten.
Met een zeker leedvermaak stelden wij vast hoe zij door hun eigen vrienden op
een portie angst onthaald worden.
Na een half uur hield het vuren op en 't werd ongewoon stil na de rumoerige
dag. Ook 's nachts bleef het rustig; slechts af en toe wat gerucht van
schoten, vliegtuigen en bommen. In de verte, in het Noorden bromden
voortdurend de kanonnen.
De vorige nacht was 't mij in de kelder maar matig bevallen; voor deze
- 34 -
nacht verkoos ik de divan in de eetkamer als legerstede, en ondanks de
waarschuwing dat hij bikkelhard was, sliep ik heerlijk in de stilte van de
eenzaamheid. In de kelder had wel ieder zijn best gedaan om niemand te
hinderen, maar toch hielden wij elkander uit de slaap. Nu kraakte een stoel,
dan werd de bladzij van een boek omgeslagen, de een kuchte en de ander zuchtte
of draaide zich om. De honden werden onrustig in de ongewone omgeving en
bedachten dat 't een aardig verzetje zou wezen om even uitgelaten te worden.
Alleen Paultje sliep vast, de slaap des onschuldigen.
Woensdag 20 September.
Ineke's verjaardag, die zij onder wel zeer vreemde omstandigheden
doorbracht. Aanvankelijk was 't kalm; wij raapten in de boomgaard de gevallen
vruchten op en Ineke ging melk halen op de Lubert. Zij was nog maar net terug
of de kanonnen begonnen opnieuw te donderen en af en toe knetterden
machinegeweren er tussen door.
De Geallieerde batterijen zijn in een kring op de heuvels om het dorp
opgesteld: bij de boterfabriek, op de Wolfsberg, op de Schrouwenberg en vlak
achter ons op de Panoramaberg. De baan der granaten van deze laatste batterij
ligt over Vogelsangh, zodra er geschoten wordt is het
|