Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 21 - 25 September 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 168

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 170

44G/H Dagverhaal 

blz 169

{- 61 -}
De morgen was merkwaardig kalm verlopen en rustig bleef het ook terwijl wij het koffiemaal in de eetkamer gebruikten. Tot het ogenblik dat de meloen - een van Ineke's verjaardag overgebleven traktatie - rondgedeeld werd. Opeens brak de hel weer los, wij draafden naar de kelder. Paultje had gauw een reuze stuk meloen in zijn mondje gepropt uit angst anders de begeerlijke vrucht te zullen verspelen. Hij stikte er haast in en liep bovendien nog een ernstige vermaning voor zijn laakbare gulzigheid op.
Om de 's nachts ontbeerde slaap in te halen gingen wij in de namiddag allen rusten. Hoe dikwijls hielden de beschietingen ons niet uit de slaap. Bovendien moest na iedere aanval een rondgang door het huis gemaakt worden om te zien of er nergens schade was aangericht. Wij vreesden het meest voor brandbommen; hadden wij niet gezien hoe de door deze projectielen
- 62 -
aangerichte schade bijna niet te blussen valt.
Ineke en ik waren van plan om later op de middag naar Elly's huis te gaan om het in gereedheid te brengen voor nieuwe bewoners, wij zagen er evenwel geen kans toe. Zwermen vliegtuigen daverden over, een verwoed luchtgevecht brak boven ons los. Het was nog niet geëindigd toen Moeder, naar gewoonte stipt op tijd, het nodig oordeelde voor het middagmaal te gaan zorgen.
"'t Gaat best" verzekerde zij, "als 't te erg wordt zal ik achter de muren dekking zoeken." Tegelijk sloeg met een scherpe slag een kogel tegen de buitenmuur van de keuken. Haastig sloten wij de luiken voor het venster en Moeder ging met de rest van het van Zaterdag overgebleven beslag ijverig Drie-in-de-pan bakken. Vanzelfsprekend aten wij in de kelder; de hoofdschotel van ons maal bestond uit bieten met aardappels en spek.
Daar buiten het oorlogsgeweld, dood en verderf. En hier beneden "dinner by candlelight"; het zachte kaarslicht dat de gedekte tafel en de kring van gezichten rondom bescheen, een gevoel van gezelligheid en veiligheid verspreidende. De onrust van Lies werd afgeleid door de gesprekken, ofschoon zij pas werkelijk rustig was toen haar Jan, teruggekeerd van zijn tocht, weer naast haar zat.
Zij waren met drie man op weg getogen; Jan, zijn vriend Hein - een der zoons van Bertus-Ome - en een onderwijzer die Engels kende. Zij volgden de Zevenheuvelenweg tot de Derde Baan en sloegen ter hoogte van Foxhill - het hoge huis lag in puin - af om langs de heuvelrand door te lopen tot de paar boerderijen die "De Klös" genoemd worden. Hier stonden Amerikaanse voorposten, zij lieten hen door met een schouderophalen en de laconieke opmerking: "'t Is gevaarlijk, maar als je nu bepaald je zin wilt volgen."
Veel verder dan de tussen de linies gelegen Klös hadden zij zich toch niet gewaagd, het schieten was te hevig. Zelfs Jan besefte welk een hachelijke onderneming het zou zijn tot Vossendaal door te dringen.
- 62a -
Het was hard voor Jan om zo nabij zijn doel zijn plan op te geven. Hij zag het ouderlijk huis op korte afstand voor zich liggen, naar het scheen onbeschadigd. Maar hoe stond het met de bewoners, waren zij allen ongedeerd?
Het nabijgelegen dorp Wyler was zwaar gehavend door de beschietingen, duidelijk vertoonde de kerktoren de sporen van verscheiden treffers.
Zij zagen de koeien van Bertus-Ome over de akkers ronddwalen en dreven de beesten met de schapen en nog een vreemde koe in een klaverveld. Op de terugweg waren de drie mannen getuige van het luchtgevecht waarvoor wij de kelder opgezocht hadden. Een afdeling Stuka's deed een aanval op de Nijmeegse brug, een zwerm Geallieerde vliegtuigen kwam aanzetten om hen te verjagen. Twee Stuka's stortten brandend neer; het ene toestel viel in de Siep op slechts enkele meters afstand van slachter Peters huis, diep boorde het zich in de losse akkergrond.
Vandaag kletterden af en toe zware regenbuien neer. Er viel hierdoor veel fruit af dat wij 's avonds gingen rapen.

 

Terug naar bladzijde 168

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 170