Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 25 - 27 September 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 171

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 173

44H Dagverhaal Vervolg

blz 172

- 67 -
In een stille hoek van de gang, onbewust van zijn omgeving, lag een oude zieke man uitgestrekt op een matras. Verderop vond ik de inwonende dames en heren in een kelder die men met enkele naar beneden gehaalde meubels, enige bedden en rustbanken tot een bewoonbare en zelfs enigzins huiselijke ruimte had weten om te toveren. Er scheen een flauw licht door een venstertje naar binnen, verder brandde er hier en daar een klein kaarsje.
De achterste kelder was gedeeltelijk voor kapel ingericht. Een Jesu´eten pater kwam iedere dag te voet uit Nijmegen om de mis te lezen, soms volgde er nog een tweede mis van de Amerikaanse aalmoezenier. De twee militaire dokters en de kok verleenden hulp als misdienaars.
Met een tevreden gezicht, de hand van haar zuster Doortje in de hare geklemd, lag juffrouw Dientje op haar bed. Deze twee zusters, de ene bedlegerig sedert jaren en de ander hulpbehoevend wegens blindheid, beiden over de tachtig maar nog helder en krachtig van geest, hadden bij de eerste bombardementen geweigerd naar beneden gebracht te worden. "Schuif mijn bed maar wat van het raam af en in 't midden van de kamer. Maakt U zich niet bezorgd over ons, Zuster, wij zullen wel bidden" stelde de oudste de Zuster gerust en zo bleef het moedige tweetal samen boven.
Zij vertelden dat zij wel bang waren geweest, doch zij zaten dicht naast elkaar en troostten zich met de gedachte dat als Onze Lieve Heer hen haalde, hij hen tenminste tegelijk mee zou nemen. De eerste nacht ging alles goed, er gebeurde niets. De volgende dag was net het tafellaken voor hun middagmaal gespreid toen een granaatscherf door de kamer vloog en in het paneel van de deur bleef steken; de eerste granaat die in Mariendaal insloeg. Alles om hen heen werd zwart van stof en rook, het tweetal hield elkaar vast omklemd, menende dat hun laatste uur geslagen was. Soldaten, Zusters, de aalmoezenier, alles kwam
- 68 -
aansnellen om hulp te bieden. Tot ieders verwondering bleken de oudjes geheel ongedeerd en niet bovenmate geschrokken; toch maakten zij thans geen bezwaar meer om naar beneden gebracht te worden.
Jan en zijn vriend Hein hadden ons beloofd 's middags te zullen helpen met het opruimen van Elly's huis. Terwijl ik naar The Finish liep, kreeg ik een indruk hoe leeg Groesbeek langzamerhand wordt. Vele gezinnen zijn het dorp ontvlucht en naar familie of bekenden in Heumen, Mook, Malden of nog verder weg getrokken. Het Bosstraatje zag er verlaten uit; afgeschoten takken en dakpannen lagen op de weg, gaten gaapten in de huizen.
Boven het gerommel van geschutvuur klonk ineens een ander gerucht op: vliegtuigen, een achtervolging, een luchtgevecht, mitrailleurs knetteren scherp en nijdig. Even geschuild tegen het dichtstbijzijnde huis, in gezelschap van een Stekkenberger die als zijn oordeel te kennen gaf dat 't nu niet bepaald plezierig op de weg was. Wij konden niet in het huisje komen, de bewoners waren vertrokken en de deuren vast gesloten. De vliegtuigen joegen elkander in wijde kringen na. Het ogenblik afgewacht dat zij het verst van ons verwijderd waren, hiervan maakte de Stekkenberger gebruik om zijn weg te vervolgen, na mij een hartelijk "Wel thuis!" toegewenst te hebben; ik stak het pad over om in de kelder van het huis aan de overkant weg te duiken en daar te blijven totdat de huisheer aan een andere "onderduiker" en mij de verzekering gaf dat 't nu wel even veilig genoeg was om verder te gaan. Hij zeide dat wij maar terug moesten komen als 't opnieuw begon.
In The Finish behoefde ik niet lang op Jan en Hein te wachten. Om een overzicht te krijgen van wat er te doen stond, maakten wij eerst een ronde door het gehele huis. Jan kreeg hierbij de moeilijk bereikbare vliering in 't oog en informeerde of die al eens onderzocht was. Op

- 69 -
mijn ontkennend antwoord sprak hij de hoop uit er een verstopte Mof te vinden en slingerde zich met een reuzezwaai via een kast naar boven. Na enig gestommel - Hein en ik stonden met spanning te kijken - daalde hij er af, stoffig en wel, met lege handen en een teleurgesteld gezicht. Nu er geen Moffen te verwerken vielen, werd de door hen achtergelaten rommel verwerkt. Het tweetal schiep orde in de chaos zo als alleen mannen met hun grotere lichaamskracht in een minimum van tijd orde in een dergelijke zwijnestal kunnen scheppen. Om vier uur toen zij mij verlieten om te gaan melken,

 

Terug naar bladzijde 171

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 173