Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 13 nov. - 1 december 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 254

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 256

44Q - Vervolg dagverhaal

blz 255

pannen en heiligenprenten aan de muur. Op de zwart en witte plavuizen een paar spelende kinderen en een hond als onontbeerlijke stoffering. In de zorg bij den haard een breiend grootje dat goedkeurend knikte toen haar dochter mij een kop dampende koffie voorzette. Paul kreeg zijn zakken vol appels gestopt.
Enkele maanden later ontplofte een vliegende bom bij dit huis en verwoestte het volkomen.
Er is een Groesbekertje geboren in ballingschap. Wij gaan de moeder opzoeken in het klooster waar zij zolang verzorgd wordt en bewonderen het kindje dat onbewust van strijd en verbanning zo rustig slaapt alsof het in eigen ouderlijk huis lag.
De Sinterklaasdag nadert en Paultje heeft al eens gevraagd of de Sint ons hier wel zou kunnen vinden. Wat dit betreft stellen wij hem gerust, Sint weet immers alles. Evenwel bereiden wij hem voor dat Sint misschien geen speelgoed zal geven nu er zoveel kindertjes zijn die nodig warme kleertjes moeten hebben. Paultje verwerkt dat met een ernstig gezicht
- 114 -
en overweegt dan: "Ik zal Sinterklaas dus maar niets nieuws vragen maar weet je wat ik wou? Dat hij mijn meccano meebracht uit Groesbeek!"
Zijn meccano, zijn meest geliefde speelgoed, hij had dat grootste verlangen als een dappere kerel in stilte gedragen. Hoe graag zouden wij hem verrast hebben met een stuk speelgoed, doch hoe er aan te komen?
Verder nadenken voerde hem tot de logische slotsom dat de soldaten Sinterklaas misschien net zo min als andere mensen in ons dorp zouden toelaten en dat de Sint dus deze wens helemaal niet zou kunnen vervullen.
Op een avond stelde Ineke aan den kleine jongen voor om zijn klompje met wat gras voor de Schimmel onder de schoorsteen te zetten. Gezamenlijk zongen wij de oude liedjes en waarlijk, de Goedheiligman had het gehoord, vanmorgen lag er een heel stuk Engelse chocolade in! Paultje was verrukt over het geschenk en Ineke straalde niet minder.
Voor ons, hongerlijders betekende zo'n klein stukje chocolade een hele schat. Hoe duidelijk herinner ik mij die eerste reep waarmee Ineke van een dancing thuis kwam. Eerlijk werd hij in vijf gelijke brokjes gebroken en uitgedeeld. Vader wilde het genot rekken en legde zijn deeltje naast zich neer op de tafel, in plaats van het dadelijk te savoureren. Schotje, die op zijn gewone plaats naast de Baas op een slip van de reisdeken lag te slapen, kwam ineens onrustig snuivend overeind en snapte in een oogwenk het begeerde stukje van de tafel weg! Bij het verontwaardigde koor: "Maar Schotje, 't is van de Baas!" liet hij het met tegenzin vallen en Vader, die zijn honden toch altijd de lekkerste beetjes had gegund, stak het thans zonder aarzelen zelf in de mond.

Woensdag 29 November.

Vandaag zijn wij niet minder dan drie malen naar de onrustbarend wassende Maas gaan kijken. Paultje vindt die fel stromende, kolkende stroom prachtig, hij voelt niet hoe beangstigend die overvloed van water eigenlijk is. De rivier spoelt regen de dijk van de Gelderse oever aan, de veerweg is overstroomd. Nu het veer niet meer vaart moeten de mannen die aan de
- 115 -
wegen in Maas en Waal werken per bus over de Graafse brug naar de overkant gebracht worden.
Al het materiaal voor de brug ligt op de uiterwaarden omspoeld door de rivier. Soldaten met hoge laarzen aan ploeteren in water en modder om de zware stukken hogerop in veiligheid te brengen. De voorspelling van de Ravensteiners is uitgekomen en geen wonder, zij kennen de Maas.
Nog steeds komen vijandelijke vliegtuigen ons verontrusten. Deze laatste dagen horen wij telkens ergens in 't Westen bommen ontploffen. Van iemand die gisteren in die streek is geweest vernemen wij dat er bij Berghem aan de grote weg naar den Bosch twee bommen gevallen zijn en vijf in de buurt van de Maas, dicht bij een plaats waar munitie opgestapeld ligt. In Oss voelen de mensen zich niet veilig meer en maken zich ongerust daar er geruchten lopen over een aanstaande ontruiming van die plaats.

 

Terug naar bladzijde 254

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 256