Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 15 Juni?? 1941 Slot

Terug naar bladzijde 44

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 46

41E BLOK Slot

blz 45

{vel VII}

"Helaas te ver van zee, dan moet ik mij krijgsgevangen laten nemen."
Vlieger die zwaar gewond was en door boerenmenschen in huis werd genomen, met het plan hem verborgen te houden. De veldwachters die er iets van bemerkt hadden, kwamen in burger en daarna de marechaussées eveneens in burger, doch de Dokter zeide dat de man naar een ziekenhuis gebracht moest worden, daar hij anders niet te redden was. Hij werd dus weggebracht. Daarna kwam een D. auto informeeren naar de neergekomen vlieger. "Jij is al weg, wat jammer, wij zouden heem in veiligheid gebracht hebben." Van E.vlt. dat bij Exloërmond neerkwam, verongelukten alle inzittenden. De D. wilden de zoo in de grond stoppen, doch de burgemeester van Emmen kwam er tusschen, zeggende: "zoo begraven wij een hond of kat, waarvan wij gehouden hebben, nog niet" en zorgde voor een behoorlijke begrafenis. Niemand mocht volgen, doch een lange stoet sloot er zich achter aan en altijd liggen er bloemen. De die van Orvelte zijn Vrijdagmorgen om zeven uur in Westerbork begraven.
Mitrailleurnesten in de Staatsbosschen en elders, versterkingen in D. langs de grens.
Om de warmte vanaf Maandag buiten geslapen, in de Z.W.hoek tusschen de berken en eiken, bij de groote den. Een volle maan, laag aan de hemel, uiltje en vleermuis die jaagden en veel vliegtuigen die over kwamen. Later herinnerde iemand mij er aan, dat het ongeoorloofd was, tusschen 12 en 6 uur buiten te zijn. Gezegend vrij oord, waar men kan doen wat men wil ..... Mijn laatste nacht volgde Andrée mijn voorbeeld, vlak bij huis tusschen de ratelpeppels. Bij een rondtocht haar ontdekkende, maakte ik haar ongewild aan 't schrikken.
Bezoeken in de boerderijen en elders en het goede zaad uitgezaaid. Kon op de terugreis gelukkig overnachten in Assen bij de hartelijke vrienden.

{einde tekst 41E}

Terug naar bladzijde 44

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 46