Dagboekfragmenten van de evacuatietijd in de Groesbeekse woonkern 'De Horst' bij de zusters Franciscanessen in de periode september/oktober 1944.

 

            Naar de inleiding geschreven door Leo Zilessen

Terug naar pagina 5 van het dagboek

Terug naar het begin van het dagboek 

 Naar pagina 7 van het dagboek 

Het dagboek Geschreven door Zuster Marie Joseph 

Gelijktijdig kwam er een granaat aansuizen, die echter gelukkig niet op ons maar op het huis terecht kwam. We lagen dan ook plat tegen de grond, waarbij een der zusters nog een scherf door de rok van haar kleed kreeg. Nu dachten we heusch dat ons laatste uur geslagen was. Maar neen ! Geleid door een Duitsche soldaat, trok het naar Cranenburg, waar in de kerk het morgenlicht werd afgewacht. Rond half acht ging het verder, lopend en sjouwend met zwaar beladen fietsen (o.a. ook de H. Vader, die wij hadden meegenomen in vluchtzakken) liepen wij tot ongeveer negen uur tot Donsbruggen (bij Kleef). Daar kregen wij vol op brood met boter, leverworst en koffie en konden nu daar in de kerk wachten, tot de auto’s ons verder zouden brengen. Dezen brachten ons over Kleef, wat kort te voren hevig was gebombardeerd naar Emmerich. Hier werden wij met de pont overgezet (de huidige brug kwam er pas in 1968), en nadat de Eerwaarde Soeur Superieure en enkele vermoeide Zusters met hun bagage op een kar konden plaats nemen, gingen de minder vermoeiden door Emmerich (ook pas gebombardeerd) over Elten weer naar de Nederlandse grens tot Babberich, waar dan om ongeveer half zes (’s middags) allen verenigd waren. Hier werd de nacht doorgebracht, bij de Eerwaarde Zusters van Veghel, die heel edelmoedig hun eigen bed afstonden en zelf in de kelder gingen slapen. De volgende morgen om half negen de H. Mis van de Zeer Eerwaarde Heer Pastoor. Daarna brachten wij nog enkele uren in het gezellige klooster van de Paters Capucynen door, en vandaar uit met paard en kar naar Didam, zoals gezegd, vanaf daar stuurde men ons verder naar Doetinchem. Het Roode Kruis, afdeeling Evacuatie, bracht ons hier naar het klooster der Eerwaarde Zusters van J.H.J. Hier mochten wij alweer dezelfde hartelijkheid ondervinden, als te Babberich.Het was Zaterdagmiddag en des Zondags zouden alle evacuees in Doetinchem blijven.Twee nachten stonden die goede Zusters hun eigen bedden weer voor ons af, en gingen zelf op de zolder slapen. Wij vroegen aan de goede God, hen daarvoor in ruil te geven, dat hun een dergelijke vlucht mocht bespaard blijven. Zondagmiddag een boodschap naar Groenlo en maandagmiddag kwam de vader van Soeur Theobalda, die ook bij de vluchtelingen was, zelf ons met paard en kar halen. Om ee uur vertrokken we met 2 karren en 1 platte wagen uit Doetinchem en waren ongeveer om 7 uur in Groenlo, waar wij door de Eerwaarde Soeur Superieure en zusters met open armen werden ontvangen. (ook mijn familie van moederszijde de Familie Puplichuizen van de onder-Heikant, gingen naar Groenlo bij een boerenfamilie).

  Moest het gevaar ons nu op de hielen volgen ?

Maandenlang werden in Groenlo geen sirenes gehoord, en nog waren wij nog geen 10 minuten in huis, of het sirene geloei dwong ons naar de kelder !! Hier ging alles spoedig zijnen gewonen gang. Er kwamen nog enkelen anderen in huis, zoals zieke evacuees, die ook van Groesbeek afkomstig waren en bij ons tijdelijk op het ziekenzaaltje van het pension rustten. Ook nog enkele andere zieken. Verder onze Zeer Eerwaarde Heer Pastoor, de Deken en kapelaan van Gennep, en verder nog enkele gezinnen die hun woning hadden moeten verlaten.

  In Januari 1945 moest alles wat tot het Gesticht behoorde , behalve het slotgedeelte en de kapel, aan de Duitschers worden afgestaan, die het inrichtten als lazareth. (=ziekenhuis).Heel Groenlo: scholen, het ziekenhuis, pensions, pastorie en verschillende grote huizen, waren reeds lazareth. In begin Maart (1945) werden er voor het lazareth in de school ook twee van onze Zusters geeischt om er de gewonden te verzorgen. Reeds enkele maanden deden de Zusters ook de was van de operatiekamer, zodat dit het enige behoud was, dat we “het Slot” mochten blijven bewonen.Op Witte Donderdag 29 Maart (1945) waren ’s morgens plotseling alle gewonden van het lazareth vertrokken, en Paas-Zaterdag 31 Maart, ’s morgens om 11 uur was de bevrijding een feit.  

 

Klik op deze link om een kort interessant verhaal te lezen over de zusters Franciscanessen, maar dan op hun tijdelijke evacuatieadres in de achterhoek.

 

Terug naar pagina 5 van het dagboek 

Terug naar het begin van het dagboek

 Naar pagina 7 van het dagboek  

              Naar de inleiding geschreven door Leo Zilessen