| 40F - Blok Vervolg |
blz 11 |
Met dezelfde rustige stem antwoordde de moeder enkel: "Hij is
vandaag jarig" - alsof haar jongen nog leefde - en vervolgde haar
weg.
De hoofdstraat van Rhenen was afgezet op het punt waar de verwoesting
begint; door echter de weg buitenom te volgen tot een zijstraatje dat er
naar toe geleidt, kwam ik er toch in. Het geheele hart van Rhenen is
weg; verbrand en in puin. Zeer veel roestige fietsen lagen overal
tusschen de bouwvallen en werkvolk was druk bezig met puin ruimen. Langs
de trambaan ten Westen van het stadje lag een breede en ongeveer honderd
meter lange wal van uitgezochte, nog bruikbare ongebroken baksteen. De
nare lucht van puin en brand. Op enkele plekken steeg nog rook op.
Wonderlijk genoeg is de kerk bijna ongedeerd, alleen is het dak
verbrand, doch dit heeft geen verdere schade aangericht doordat er onder
een betonnen laag aangebracht was. Ook waren enkele ruiten of liever
ramen vernield. De prachtige toren rees trotsch naar boven. Vreemd deden
de herstellingswerken aan, naast de algeheele verwoesting aan den eene
zijde van het gebouw, terwijl aan den anderen kant de oude huisjes aan
de bochtige keienstraatjes liggen te dommelen, alsof ze nooit door
verschrikkingen wakker geschud waren.
vel 5
Vernam in Rhenen op welke manier de ontruiming in deze streek had
plaats gevonden: op open schuiten, die de rivier afgevaren waren. Achter
zich het bombardement en vóór zich de branden van Rotterdam. Verhaal
over 't oude moedertje dat niets van alle gevaar begreep en steeds
jammerde tegen haar kinderen: "Jullie zijn altijd zoo goed voor mij
geweest en waarom doe je me dit nu aan?" Nu zijn de vluchtelingen
weer terug gekomen en de van hun huizen beroofden slapen in stallen,
schuren en zelfs kippenhokken.
Ten Westen van Rhenen nog hier en daar huizen verwoest, tot Elst. Verder
het oude, weelderige landschap van prachtige boomen, buitens, bosschen
en landhuisjes. Vrede en voorspoed. Bloemen. In Driebergen het
hartelijke weerzien in 't rustige, bekende huis.
13 Juli s Morgens om half tien per tram naar Amersfoort. Tusschen
station Driebergen en
Zeist aan de linkerhand twee villa's verwoest. Deze zijn door de Holl.
soldaten bewoond geweest en bij het verlaten in brand gestoken, opdat de
zich er in bevindende voorraden niet in D. handen zouden vallen.
Hermitage en Slotlaan vol Feldgrau, zooals ook de geheele omgeving van
Soesterberg. Hier stonden verborgen onder de boomen lange reeksen
vrachtauto's.
Na eenig zoeken het gezellige huis van Willy gevonden en van daar uit de
v.d.B. 1) opgebeld. "Ik ga vandaag in krijgsgevangenschap in
Duitschland."
{vel 6}
Maandag 15 Juli. Om half tien per tram uit Driebergen naar Doorn.
Zag, bij huize Doorn
gekomen, dat het wachtlokaal vol D. soldaten was, ook liep er een D.
schildwacht in de poort op en neer. Beproefde met succes met een air van
zekerheid hier voorbij te loopen; meende op dezelfde manier de verderop
in de poort staande Nederlandsche veldwachter te kunnen passeeren, wat
aanvankelijk slaagde, och na enkele passen hoorde ik achter mij:
"Mevrouw, U bent hier zeker bekend?"
Dit moest ik ontkennen, tegelijkertijd de persoon noemende, die mijn
bezoek gold. "Ja. 't spijt me, dan mag ik U niet toelaten; we
hebben geen bericht van uw bezoek ontvangen."
"'t Was mij niet bekend, dat ik hier van te voren bericht van had
moeten geven, want dan had ik het wel gedaan. Ik zou ondertusschen
gaarne Frau H. spreken."
Tot verlichting van den veldwachter kwam er op dat oogenblik een D. heer
aan, wien ik mijn verzoek moest overleggen. Na eenig heen- en weer
gepraat gaf ik den Duitscher mijn kaartje, waarop ik
"Groesbeek" geschreven had, opdat zij zou begrijpen, van wie
ik kwam. Daar Frau Hirsch het kaartje echter niet in handen kreeg, maar
opgebeld werd in het wachthuis, waar zij zich
Kennelijk
Generaal-Majoor A.R. van den Bent, een neef van J.C.v.d.Bent, de zwager
van Mevr.P.Frowein-Dozy. P.S.
|