| 44M - Vervolg dagverhaal |
blz 210 |
Ravensteins beschermheilige. Haar zwierig, levensgroot beeld, staande
in een nis van de kerkwand, blikte met zachte, wijze glimlach over het
door poorten begrensde pleintje, over de in de loop der jaren steeds
wisselende mensen met hun gelijke gebreken en deugden, smarten en
vreugden.
Thans was het Posthuis voor de gewone bezoekers gesloten. de eigenaar
werd volkomen in beslag genomen door de Orde-Dienst. Vrouw en kinderen
had hij naar de ouders in Wychen gebracht, daar zij, bevreesd voor een
herhaling van het bombardement, niet langer in Ravenstein durfde
blijven. Het gehele huis hadden zij voor vluchtelingen beschikbaar
gesteld met als enige voorwaarde dat er nette mensen in onder gebracht
zouden worden. De brave man, die met zijn onafscheidelijke geweer in de
arm, eens poolshoogte kwam nemen, toonde zich ingenomen met de
tijdelijke bewoners. Wat bleek uit zijn toezegging dat wij alles in huis
als het onze mochten gebruiken, tot keldervoorraad en kaarsen toe.
Vooral het laatste was een uitkomst, want de paar meegebrachte kaarsjes
strekten niet ver meer.
Wie het eerst komt, het eerst maalt. De twee grote slaapkamers waren
reeds door de beide dames in gebruik genomen, bijgevolg viel mij het op
een doorloopje ingerichte kinderkamertje toe.
- 28 -
Bij geluk was het bedje van niet al te bekrompen afmeting en is mijn
omvang bescheiden, zodat ik althans niet klem geraakte tussen hoofd- en
voeteneinde. Toch zou die eerste nacht door Schotje's schuld verre van
aangenaam worden. Ik had het trouwe dier op een baalzak op de vloer
geïnstalleerd, wat hem slechts matig beviel, zijn voortdurend
rondtrippelen over de planken bewees het duidelijk. Zo kwam er van
slapen niets; ten einde raad nam ik hem naast mij, op de reisdeken die
mij dekte; tevreden knorrend vlijde hij zich neer en sliep in minder dan
geen tijd. De Vrouw niet, want op een onverklaarbare wijze dijde de hond
al spoedig uit tot wat veel geleek op de omvang van een olifant, en de
Vrouw werd in een hoekje van de toch al niet ruime legerstede gedrongen.
Tegen het hekje aan gelukkig, zonder die beveiliging ware zij zeker
onbarmhartig het bed afgeduwd en had zich met de kille vloer moeten
vergenoegen.
De volgende dag vonden wij in de schuur een mandje en een paar jute
zakken. Schotje was wel niet verrukt van dit leger, maar de Vrouw genoot
die nacht van de onbetwiste ruimte in het kinderledikant en hoorde noch
kanongebulder, noch vliegtuigen. Het was ook de eerste nacht, na goed
twee en een halve week, waarop zij niet in de kleren sliep.
Wij hadden onszelf en ons kleine huishoudentje zo goed mogelijk
ingericht in de gastvrije woning en konden er ons wel schikken. Er was
evenwel één ongemak waaraan wij niet vermochten te wennen, en wel de
ratten. Des avonds draafden zij over de achterplaats heen en weer en
maakten de oversteek naar de primitieve gelegenheid aan de andere zijde
tot een tocht minstens zo onplezierig als een wandeling onder een
granaatregen. Laten wij het bewuste kleine vertrekje maar ronduit met de
ouderwetsche benaming plee betitelen, want het was een inrichting in
oude stijl. Waterspoeling en dergelijke nieuwigheden waren hier
onbekend. Zoals gezegd, Ravenstein leefde nog in een vroeger tijdperk;
met alle bekoring maar ook alle ongemakken van dien. Op een enkele
woning na, die aan de pas aangelegde waterleiding was aangesloten,
- 29 -
bediende ieder zich nog van pompen. Voor de huisgezinnen die ook dit
gemak moesten ontberen waren er hier en daar in de straten openbare
pompen aangebracht; een monumentaal exemplaar sierde de markt.
In droge zomers was er in 't stadje menigmaal gebrek aan water geweest,
nu kwam dat niet voor, ondanks het feit dat de bevolking eensklaps
verdubbeld en misschien wel verdrie- of verviervoudigd was. Want de
najaarsregens waren ingevallen, vrijwel onafgebroken stroomde en plensde
het den gehelen somberen dag door en elke nacht weer drupten en
gorgelden de goten naargeestig in de duisternis. Verkoudheid, influenza
en longontsteking waarden rond en kregen velen in hun greep te pakken;
burgers en vluchtelingen zowel als geharde soldaten. De vluchtelingen
hadden er vanwege alle doorgestane ellende nog het meest van te lijden.
Zelf voelde ik mij door een hevige niet te stelpen verkoudheid ook niet
bepaald fit. Zeven zakdoekjes wèlgeteld, vrijwel geen zeep en amper
lauw water om ze te wassen; een der kleine misères van het
|