| 45A - Terugkeer Vervolg |
blz 284 |
Maas als en verre echo van den oorlog doch als een gevaarvol
dreigende donder. Boven deze basso continuo uit laten de meezen hun
vreedzaam zagende slag hooren en de vink herhaalt onvermoeid zijn
eentonig zinnetje. 't Is alles zo vreemd en toch vermengd met het
vertrouwde van vroeger. Vroeger, hoe lang lijkt dit geleden.
- 7 -
En dan komt de schok. Wij loopen rondom het huis. Uit een voorraam
fladdert een flard gordijn; leeg, geheel kaal en uitgehaald de kamers er
achter. Geen meubels of gordijnen of schilderijen, een naakte vloer
waarop enkele verhakte stukken mahoniehout liggen. Achter het huis
vinden wij een der gebeeldhouwde deuren en de kap van de oud-Hollandsche
kast benevens enkele kleine meubeltjes. In een onberedeneerde poging om
iets nog te redden dragen wij een paar stukken naar binnen.
Onze Captain komt met den Commandant, Major Walker, naar ons toe, welke
laatste op den man af vraagt: "You want to stay here?" En even
rechtstreeks het antwoord: "If possible, yes." Hierop volgt
zijn vraag of wij het huis al van binnen gezien hebben en hij leidt ons
rond. De vreemde thuiskomst.
Het witte marmer van de gang niet langer half bedekt met Perzische
kleeden doch schuilgaande onder een grauwe laag vuil; in een hoek staan
de platen van wanden en trappenhuis op een stapel gezet om weggehaald te
worden ..... De trappen zonder loopers en met spaanders afgesleten.
Echter, wonderlijk genoeg, in zijn hoekje op het bordes staat ongerept
het oude teergroene kastje met zijn fleurige beschildering van
musiceerende dames en heeren in een droomlandschap van hooge boomen en
wazige bergen.
Boven een vaag gebaar naar deuropeningen afgedekt met stukken van
kleeden en matten: "We are sleeping there" en dan bij mijn
zitkamer met een zekere trots: "This is our mess, we made it a bit
homely." Een enkele blik toont dat van de oorspronkelijke
inrichting enkel de piano en de spiegel nog aanwezig zijn. In de
schoorsteen staat een vreemd haardje te wankelen op een slordige stapel
cementtegels; bij een paar speeltafeltjes zijn drie soorten van stoelen
samengebracht: de strenge Lodewijk XVI met groen damast bekleeding,
sierlijke met parelmoer ingelegde Fransche Empire en Willem III in zijn
degelijkheid van gekruld mahonie en rood fluweel, bien étonnées de se
trouver ensemble. De Major vertelt met zijn rustige wat matte stem hoe
hij bij zijn komst in huis de piano geheel onttakeld vond, hij had hem
weer in elkaar gezet, maar het ivoor dat van de toetsen gepeuterd was,
kon hij er niet weer opmaken, het was weg. Hij wijst op een plaat van
Mauve,
- 8 -
ontbreekt
- 9 -
staat de kerkdeur uitnoodigend wijd open. Gaten in muren en zoldering,
gebroken vensters, waardoor de wind speelt en de zon onbelemmerd naar
binnen schijnt, maar volledig rijen zich de banken, in afwachting van de
trouwe kerkgangers en op de avondmaalstafel ligt als immer de
opengeslagen oude bijbel. In de hooge linden buiten slaan de vinken hun
beurtzang.
In 't Doktershuis is leven. De Dokter, zijn vrouw en dochter vertellen
hoe zij telkens vanuit Nijmegen overkomen om wat orde in de chaos tee
scheppen; naar 't resultaat te oordeelen heeft hun actie voorloopig nog
weinig succes, 't geheele huis ligt een paar voet hoog met rommel.
"'t Is overal zoo'n rotzooi" verzekert de Dokter. Inderdaad
vertoont ook Lien's huis eenzelfde beeld, althans de bovenverdieping.
Beneden is het volkomen leeggehaald, een dikke laag roet en smook en vet
bedekt wanden en vloer en zoldering.
|